Een nieuw begin

Column geschreven voor Avanti Almere en voorgedragen tijdens de Mens in Almere talkshow

We naderen niet alleen het eind van het jaar, ook het eind van het decennium is in zicht. Het tweede al deze eeuw, waar blijft de tijd. 2020 staat om de hoek en die jaarwisseling is bij uitstek een moment waarop mensen zich gaan bezinnen op alles dat zich de voorbije periode heeft afgespeeld en de veranderingen die in gang gezet moeten worden. Welk beter moment daarvoor dan de allereerste dag van een splinternieuw jaar. Of de tweede dag, want op 1 januari zijn veel van ons nog een beetje brak. 

Een nieuw begin is dan ook niet zomaar het thema van deze allerlaatste talkshow van dit jaar, hier op de splinternieuwe locatie in KAF. We hebben vanavond meerdere voorbeelden gehoord van zo’n nieuw begin. Van een nieuw theaterstuk en een nieuwe radiozender, tot aan de wereld van mogelijkheden die zich openbaart zodra je vanuit een anders-valide positie plots weer in staat bent mee te draaien in een samenleving die niet op jou lijkt ingesteld. 

In aanloop naar vanavond heb ik zitten dubben over welke insteek ik voor deze laatste column van het jaar zou kiezen. Gisteren zat ik in de Amsterdam Arena en zag hoe mijn geliefde Ajax uit de Champions League werd gegooid. Een nieuw begin. Ik kan vertellen hoe ik na maanden van omzwervingen weer terugkeer op de werkplek waar ik me de laatste jaren het meest heb thuis gevoeld. Of hoe een jongensdroom uitkomt en ik binnenkort te horen ben met een eigen radioshow. Een nieuw begin. Maar daarmee zou ik teveel lucht blazen in een tijd die dat niet verdient. Of niet kan gebruiken. 

Een bekentenis: toen ik de aankondiging las van Ons Moederland, alweer een poosje geleden, schoot het me direct in het verkeerde keelgat. Wat was dit? Wederom een boegbeeld van extreemrechts dat zonder weerwoord op een podium gehesen werd? Hebben we dat de laatste tijd niet genoeg gezien? Vorige week was Pakjesavond en daarmee het einde van weer een lang, vermoeiend blackface-seizoen. Het geduld was op. Ik wist ook niet direct dat het om een nieuwe documentaire van Shamira Raphaela ging, maar ik was klaar om de film met de grond gelijk te maken zonder er zelfs maar een fragment van te hebben gezien. Onterecht. Dit is een film die iedereen zou moeten zien. 

Ons Moederland volgt het leven van neonazi Constant Kusters van de Nederlandse Volksunie op de voet. Maar de film gaat niet over hem. De film gaat over ons, als maatschappij. Het legt haarfijn vast waar we staan en in welke richting we ons bewegen. En die is niet best. De kloof tussen diverse bevolkingsgroepen in dit land blijft groeien, gevoed door voortdurende boodschappen van intolerantie jegens de ander. Gevoed door stereotypen en vaak grove leugens wordt steevast geprobeerd het ene deel van de bevolking op te zetten tegen het andere deel. Let wel: ik verkondig hier geenszins de boodschap dat waar twee vechten, twee schuld hebben en dat we allemaal water bij de wijn moeten doen. Racisme kent geen middenweg, het enige dat we op dat gebied mogen accepteren is absoluut nul. 

Racisme speelt overal. Waar je ook komt op de wereld tref je het aan. Maar in Nederland lijken we er een extra hardnekkige blinde vlek voor te hebben. Racistisch, dat is de ander. Het slavernijverleden? Daar hadden de meeste Nederlanders niets mee te maken en het is ook nog eens heel lang geleden, laat het los. De Tweede Wereldoorlog? Dat waren wij niet, dat waren de Duitsers. De reden dat juist hier procentueel gezien zoveel Joden werden afgevoerd laten we gemakshalve graag achterwege. Zwarte Piet? Onschuldig kinderfeestje. 

Ik zeg hiermee niet dat de Nederlander racistisch is, bij lange na niet. Maar racisme is een diepgeworteld probleem in de maatschappij en te veel mensen sluiten er hun ogen voor, omdat ze het niet willen zien, of omdat ze het vergelijken met de echt grote uitwassen uit de geschiedenis. Maar als dat het punt is waarop we ontwaken, zijn we veel en veel te laat. Van grootschalige onderdrukking tot zelfs genocide, het begint allemaal klein. Bij vooroordelen, bij stigmatisering, bij wegkijken wanneer onrecht alleen de ander treft. 

Voor 2020 spreek ik de wens uit dat we als maatschappij tot inkeer komen. Dat we onze oogkleppen laten vallen en ons niet langer laten leiden door leugenachtige onheilsprofeten. Dat we niet langer zwijgen bij onrecht, dat we duidelijk maken dat de onverdraagzamen met minder zijn. Laten we hen overtuigen van hun ongelijk, waar we ze ook treffen. Laten we het samen doen, voor we worden ingehaald door verschrikkingen uit het verleden en we alleen nog kunnen zeggen: waren we nu maar echt opnieuw begonnen.