Falend Valentijn

Haar naam was Cindy en het was in de tijd dat ik nog een voorkeur had voor blondines. Een smaak mede gevoed door Tatjana en Erika Eleniak die mij wulps toelachten vanaf mijn slaapkamermuur en mij het prille puberhoofd op hol deden slaan. Maar Cindy was ook leuk. Ze was een stuk ouder dan ik, zeker een jaar, en ongeveer twee koppen kleiner. Iets wat in die dagen nog best een hele opgave was.
Lees “Falend Valentijn” verder

Liefde

Schier onbewogen beweeg je je door het leven. Je rug recht, je kin fier omhoog.Je glimlach warm, je ogen stralen. Niemand die jou iets maken kan.Voor de buitenwereld verborgen, het leed dat op jou is neergedaald. De oneerlijkheid des levens in al haar facetten. Je accepteert het. Je moet wel, je hebt geen keus. Elke nieuwe dag die aanbreekt zet je opnieuw je schouders eronder, niet wetend wat die dag brengen zal. Je schikt je naar de situatie, brengt offers, vrij van enige zelfzuchtigheid. Je handelt uit liefde, het houdt je op de been.
Lees “Liefde” verder

Naamloos

Stevig houdt hij haar vast. Hij weet dat hij haar elk moment zal moeten loslaten. Alles is gezegd. Zo lang mogelijk probeert hij dit moment te rekken. Zijn gezicht in haar hals, haar haren strelen zijn voorhoofd. Het maakt niet uit hoe hard hij slikt, het verlost hem niet van het brok in zijn keel. Het hart dat hij aan haar schonk slaat nu zo hard dat zijn hele lichaam er van schokt. Ze voelt het. Ze haalt diep adem en ook zij verstevigt nog eenmaal haar grip. Hij neemt alles op, probeert het te verankeren in zijn geheugen. Haar aanraking, haar geur. Zijn ogen wellen op, het is tijd. Dan laat hij los. ‘Je moet gaan’, zegt hij. Zijn stem is hees, zijn keel droog. In de deuropening draait ze nog een keer naar hem om. Hij knikt. Een kleine glimlach op zijn lippen, het is goed. Even kijkt hij haar nog na, dan is hij alleen.
Lees “Naamloos” verder

Einde

“Hoe dacht je dan dat ik zou reageren?!”
Het puntje van haar neus was knalrood geworden, iets dat immer gebeurde wanneer ze zich opwond. Ik had dit altijd zeer onaantrekkelijk gevonden, het was een van de redenen dat ik in bed het liefst het licht uit liet.
“Nou? Ga je nog wat zeggen??”
Ik had haar zojuist verteld dat ik een eind aan de relatie wilde maken en daarbij een heel verhaal opgehangen over hoe ik me geen raad wist met mezelf, dat ik tijd nodig had om uit te zoeken wie ik was en wat ik wilde en nog meer onzin om te verbloemen dat ik me gewoon verveelde met haar.

Lees “Einde” verder

De storm

‘Ga maar,’ zei ik, ‘aan mij heb je niets.’
Ik sprak de woorden uit en probeerde zowel haar als mijzelf te overtuigen en zij deed haar best het te begrijpen, voor ons beiden.
Haar hand reikte naar de mijne en ik keek ernaar. Aarzelend stak ik mijn hand uit en trok deze weer terug en met uitgestoken arm bleef ze me aankijken.
Ik keek naar buiten, weg van haar en in het raam waarachter de storm hevig woedde weerkaatste haar reflectie. Kalm zag ik haar staan, midden in de storm en haar mond bewoog en voorzichtige woorden rolden over haar lippen.
Ik drukte mijn gezicht verder tegen het koude raam en voelde hoe de regen aan de andere kant van het glas kapot sloeg en zij legde haar hand op mijn schouder.
‘Je kunt beter gaan,’ zei ik nogmaals en ze bleef en ik hield van haar.