De politie, daar loop je met een grote boog omheen

De eerste keer dat ik met de politie in aanraking kwam staat in m’n geheugen gegrift. Almere, bushalte Stedenwijk-midden, begin jaren 90. Ik was 13. Na schooltijd was ik nog bij een vriend thuis geweest en stond nu bij de halte op de bus naar huis te wachten. Een politieauto kwam de busbaan over gesuisd, ging vol op de rem, twee agenten stapten uit. Zakken leegmaken, kreeg ik gecommandeerd. Er was iemand in de wijk beroofd en ik voldeed aan het signalement. Nog voor ik zoals opgedragen m’n zakken kon leegmaken had de ene agent me met m’n gezicht tegen het raam van het bushokje geduwd, een hand stevig in m’n nek, terwijl hij me met zijn andere hand fouilleerde. De andere agent keerde de inhoud van m’n schooltas om op straat. Nadat ze uiteraard niet vonden waar ze naar zochten stapten ze zonder nog naar me om te kijken de auto weer in en reden weg. Het geheel was gadegeslagen door een ouder stel dat ook de bus zat te wachten. Ze kunnen maar beter het zekere voor het onzekere nemen, wist te vrouw me te vertellen terwijl ik trillend op m’n benen en met m’n hart kloppend in m’n keel m’n schriften terug in m’n tas stopte.

Mijn meest hardhandige ontmoeting met de politie volgde een kleine tien jaar later. Na een auditie in de Wisseloord Studio’s was ik afgezet op station Hilversum-Noord. Een koude, druilerige dag. Ik zat in de kraag van m’n jas gedoken en een pet over m’n gezicht getrokken te wachten op een van de weinige treinen die op het station stopten. Drie agenten kwamen het spoor op, liepen recht op me af, genoeg reden om direct te verkrampen. Wie ze zochten en waarom heb ik nooit gehoord, maar ik voldeed opnieuw aan het signalement. Of ik me kon legitimeren. Dat kon ik, maar maakte de fout iets te snel op te staan om m’n rijbewijs uit m’n portemonnee te kunnen pakken. Voor ik het wist was ik tegen de tegels van het perron gesmeten en zat een van de agenten met een knie in m’n nek op m’n rug. Na een grondige controle van m’n rijbewijs kreeg ik een halfzacht excuus en de opmerking dat ik niet leek op de naam op dat roze papiertje.

Al ruim voor die eerste aanvaring had ik geleerd dat er plekken buitenshuis zijn waar ik m’n houding moet aanpassen. Krijg vaak genoeg de vraag waar je écht vandaan komt en je weet één ding zeker: je komt ergens vandaan waar je er nooit helemaal bij hoort. Waar een winkel uitlopen zonder iets te kopen bij voorbaat verdacht is. Waar mensen hun tas net wat steviger vasthouden wanneer je langsloopt of tegenover hen wil gaan zitten in het openbaar vervoer. En dus sta je ondanks dat je in die winkel niet kon vinden wat je zocht toch maar weer bij de kassa iets onbenulligs af te rekenen. Blijf je staan in de bus of trein omdat je weet dat de spanning te snijden is als je gaat zitten. Na dat eerste contact met agenten kwam daar nog bij: de politie, daar loop je met een grote boog omheen.

Tussen de twee bovenstaande confrontaties met politieagenten zitten meer aanvaringen dan ik kan tellen. Zo hardhandig als die tweede is het nooit meer geworden en naarmate ik ouder werd, werd het aantal staande houdingen wel minder. Van meermaals per week, naar wekelijks, maandelijks, een paar keer per jaar. Maar het is nog altijd niet gestopt. Vorige maand nog wilde ik tijdens een thuiswerkdag een rondje door het park wandelen toen ik vanuit een langsrijdende politieauto grondig werd bekeken. Nadat ze een tweede keer langsreden en hetzelfde deden wist ik al hoe laat het was en liep terug naar huis. Ik hoorde de auto weer achter me en alle alarmbellen gingen af. Niet veel later kreeg ik dan toch weer te horen dat ik aan een signalement voldeed, een signalement dat blijkbaar uit niet veel meer bestond dan “zo’n jas, en een petje”. Terwijl ik na afloop wegliep plaatste ik een foto met de agenten nog op de achtergrond in m’n Instagram Story. Ik probeerde er een grap van te maken, maar ik kookte van woede.

Die woede voelde ik maandagavond ook bij het zien van Verdacht, de 2Doc van filmmaakster Nan Rosens in samenwerking met Controle Alt Delete. Woede, ook om het onrecht dat uitgaat van er keer op keer uitgepikt worden om niets meer dan je biculturele uiterlijk, maar vooral ook woede om het gevoel van onmacht waarmee dat gepaard gaat. Weten dat je het wel moet ondergaan, omdat de gevolgen van je verzetten of simpelweg net iets te mondig zijn niet opwegen tegen die paar minuten vernederd worden door het instituut dat er is om je te beschermen. Etnisch profileren is een probleem. Dat blijkt niet (alleen) uit het anekdotische bewijs uit Verdacht of wat ik hierboven beschreven heb, niet (alleen) uit praktijkvoorbeelden van prominente Nederlanders-met-een-kleurtje als Ahmed Marcouch, MC Typhoon of keeper Kenneth Vermeer, maar vooral ook uit interne onderzoeken van de Nationale Politie zelf. Maandag werd in een zaaltje in Almere, mijn eigen woonplaats, een voorvertoning gehouden van Verdacht. Slechts één politieagent nam de uitnodiging aan die voorvertoning bij te wonen. Slechts één agent was bereid zich te laten confronteren met de gevolgen van acties uit het veld. Ik vrees dat we nog een lange weg te gaan hebben.

Geschreven voor joop.nl

Niks weten, alles vinden

In de documentaire ‘Sylvana, demon of diva’ is een scène te zien waarin Simons het aan de stok krijgt met een D6-lid dat haar na afloop van een verkiezingsdebat op de UvA aanklampt. Met een biertje in zijn hand geklemd in een houding alsof hij het flesje elk moment als panfluit wil gebruiken, wil hij Simons vooral de les lezen over haar gebruik van het woord racisme. Dat is te zwaar, te beladen, het schetst een verkeerd beeld van wat er allemaal gebeurt. Let wel: dit is nádat Simons te maken kreeg met een zogenaamd feestliedje met videoclip waarin ze werd gelyncht. En dat was slechts het topje van de racistische ijsberg. Het hele land kreeg mee wat Simons over haar uitgestort kreeg, het moet gek zijn gelopen wil het aan het D66-lid voorbij zijn gegaan. Hoe grondig Simons de structuren en werking van racisme ook uitlegde, het ging er niet in bij hem: racisme, dat gebeurt hier gewoonweg niet en het is het benoemen ervan wat voor frictie en verdere polarisatie zorgt.

Ik moest aan die ontkenning denken bij het lezen van The perils of perception, het recente onderzoek van Ipsos, een van ’s werelds grootste marketingbureaus. Jaarlijks wordt daar een lijst opgesteld waarbij wordt ingezoomd op de mispercepties die in verschillende landen heersen. Ze leggen het gat tussen de perceptie en werkelijkheid bloot, laten zien hoe vervormd ons beeld van de werkelijkheid nu eigenlijk is. In Nederland blijkt dat gat op verschillende gebieden bijzonder groot. Enkele voorbeelden: als het gaat om het aanpakken van klimaatverandering is het niet zo vreemd dat veel Nederlanders vinden dat we prima op weg zijn. De gemiddelde inwoner van ons land denkt dat 22 procent van onze energie uit hernieuwbare bronnen komt, terwijl dat in werkelijkheid krap 6 procent is. We denken ook massaal dat van de laatste 18 jaar alleen de laatste zeven buitengewoon warm waren, terwijl we net het 17de jaar op rij meemaakten. Ook is de gangbare opvatting dat gevangenissen in Nederland uitpuilen, terwijl in werkelijkheid de een na de gevangenis zijn deuren moet sluiten wegens aanhoudende leegstand. Sinds 2014 werden er al 23 gevangenissen opgedoekt, inclusief de vier die dit jaar te horen kregen dat het eind in zicht is. De criminaliteit neemt in Nederland al jaren sterk af, laat CBS-onderzoek zien. Toch is het gevoel van onveiligheid groot. Men denkt dat het land qua criminaliteit stevig afglijdt, en dus is het zo.

Andere gebieden waarop Nederlanders massaal de plank misslaan zijn de aantallen migranten en moslims. De gemiddelde Nederlander denkt dat maar liefst een kwart van alle inwoners van ons land immigrant is, dus geboren in het buitenland. Het werkelijke percentage is niet eens de helft daarvan: slechts 12 procent. Ook die dekselse islamisering is voor veel mensen een vaststaand feit. Nederlanders geloven dat moslims goed zijn voor 20 procent van de bevolking, terwijl de werkelijkheid niet eens in de buurt komt: 5 procent. En dan wordt dat percentage ook nog eens ruim geschat door iedereen met wortels in overwegend islamitische landen onder de noemer moslim te scharen, ook diegenen die zich de laatste keer dat ze voet zetten in een moskee niet kunnen heugen en met alle liefde een extra plakje bacon op hun ontbijtbord leggen.

Waar Nederlanders pas echt de plank misslaan, is op het gebied van seksuele intimidatie. Je weet wel, dat gezeur over #MeToo, dat doorgeslagen feminisme et cetera. “Slechts” 38 procent van de vrouwen heeft daar sinds het 15de levensjaar mee te maken gehad, denken we. In werkelijkheid gaat om het ruim 73 procent van de vrouwen. Hoewel inwoners uit alle 37 onderzochte landen verkeerd gokten, zaten alleen de Denen er nog verder naast dan de Nederlanders.

Ondertussen trekt een groepje ontevreden Nederlanders onder leiding van Jan Dijkgraaf en leden van extreemrechtse groeperingen als Pegida en Identitair Verzet de straten op getooid in gele hesjes als een geperverteerde versie van de Franse Gilets jaunes. Het geadopteerde lijflied is ’15 Miljoen mensen’, het lied over een Nederland dat alleen bestond in de fantasie van Fluitsma en Van Tijn en daterend uit 1996, de hoogtijdagen van het door de bezorgde burger zo verguisde Paarse kabinet. Ze willen – zo blijkt uit een blik op de Facebook-groep – een einde aan de EU, het kabinet-Rutte III, de massa-immigratie, aanpassingen van Zwarte Piet, het betalen van klimaatbelasting en het Marrakesh-pact. FvD-voorman Thierry Baudet is al tijden woest dat de Tweede Kamer maar niet over dat duivelse pact wil vergaderen. Ja, behalve dan toen de Kamer in juni van dit jaar wel degelijk over het pact vergaderde, maar Baudet weer eens in geen velden of wegen te bekennen was. Oud-politiewoordvoerder Klaas Wilting uitte deze week ook zijn ongenoegen over het pact waar ‘verreweg de meeste Nederlanders’ tegen zijn. Ik durf te beweren dat verreweg de meeste Nederlanders geen flauw idee hebben wat er eigenlijk in dat pact staat, maar goed, dat is een gevoel hè.

CDA-leider Buma vindt nu dat de Nederlandse gele hesjes moeten worden uitgenodigd aan de klimaattafels en daarmee invloed moeten krijgen op het klimaatbeleid. Oftewel: laat een groep mensen op basis van een ontstemd gevoel meebeslissen over de aanpak van problemen die immens onderschat of zelfs compleet ontkend worden. Wat kan daar in vredesnaam misgaan. Wat de gele hesjes ook willen, zo blijkt uit de oproep op Facebook, is een einde aan de manier van berichtgeving van de Nederlandse media. Media die overwegend nog altijd doen wat ze moeten doen: het publiek informeren op basis van feiten. Maar ja, dat botst zo met die zalige schijnwerkelijkheid waarin we altijd gewoon gelijk hebben. Uit de jaarlijkse Hoopbarometer bleek eerder dit jaar dat Nederlanders overwegend optimistisch zijn over hun eigen leven, maar dat het vertrouwen in de rest van de samenleving daar ver bij achter blijft. Heel gek is dat niet wanneer je bedenkt dat men nauwelijks een idee heeft hoe die samenleving er werkelijk uitziet.

Geschreven voor joop.nl

Nederland, laat je niet uit elkaar spelen

Het is warm. Misschien een beetje te warm zo in de volle zon, maar hier, op deze plek op m’n balkon heb ik het beste zicht op de buurt om me heen. Het is een gemengde wijk, misschien wel een van de meest gemengde wijken van de stad. In elk opzicht. Recht voor me kijk ik uit op sociale huurflatjes, rechts van me blokken met modale koopwoningen, links, aan het einde van de straat, een park met vrijstaande villa’s.

De etnische samenstelling is al even gemêleerd. Terwijl ik dit schrijf loopt een jong stel hand in hand onder het balkon langs. Zij, lang blond haar, hij een gemengde afkomst, net als ik. Een ouder stel schuifelt richting de supermarkt, witte mensen. Ze passeren een oudere Surinaamse vrouw en houden even stil voor een kort praatje, precies lang genoeg om te groeten en op te merken dat het warm is. Dan vervolgen ze alle drie hun weg. Een Marokkaanse buurvrouw loopt met haar dochter naar de auto. De vrouw van top tot teen gekleed in een donkere abaya, haar hoofd bedekt door een beige hidjab. Haar dochter draagt jeans met meer scheuren dan spijkerstof en een hemdje met spaghettibandjes. Een Beats-koptelefoon op haar hoofd. Een andere buurman, Moluks, loopt langs en knikt even vriendelijk naar de moeder. Hij gaat naar z’n werk, hij heeft z’n beveiligerskleding al aan. Hij ziet me kijken en steekt z’n hand op. Ik zwaai terug.

Nederland
cc-foto: Activités culturelles UdeM

Ik heb net bij m’n allereerste kop koffie van de dag de allerlaatste NRC-column van Lamyae Aharouay gelezen. Een deprimerend afscheid. Ze schrijft hoe ze in al die tijd dat ze columns voor de krant schreef, toch steeds weer gezien werd als slechts dat ene stukje stof, haar hijab. Niet als mens, maar als een symbool. Een symbool van iets vreemds, iets inherent slechts. Het is een bepaalde groep mensen in de samenleving die hardnekkig vasthoudt aan dergelijke vooroordelen. Het is de groep mensen die minister Stef Blok probeerde te paaien toen hij zei dat er geen vreedzame samenlevingen bestaan die multi-etnisch of multicultureel zijn. Toen hij zei dat een vreedzaam samenlevingsverband niet mogelijk is tussen mensen van uiteenlopende culturele achtergronden. Dat zit in onze genen, vond de minister van Buitenlandse Zaken, die en passant het door Nederlands kolonialisme uiteengereten en nog altijd herstellende Suriname tot failed state bombardeerde.

Om het tegendeel van wat Blok beweert te zien hoef ik alleen maar m’n gezicht van sociale media te keren en m’n blik te richten op de straten voor me. Het meest treffend zijn de speelpleinen: een groot grasveld met speeltoestellen voor de kleinsten, een voetbalkooi voor de jongeren. Met dit weer is het er druk en het zijn de kinderen die pas echt laten zien in welke richting de samenleving zich beweegt. Wit, zwart, bruin, lichtgetint. Het maakt de kinderen geen zak uit. Iedereen speelt met iedereen.

Betekent dat dat er geen problemen in de maatschappij zijn? Geen spanningen? Allerminst. Er zijn steden, wijken, waar groepen jongeren met een Marokkaanse achtergrond zich ernstig misdragen. Maar, en dit komt misschien als een verrassing, die problemen zijn er ook met jongeren zonder migratieachtergrond, alleen wordt daar geen vergrootglas opgelegd en dus zijn het incidenten in plaats van een structureel probleem. The Guardian besprak vrijdag een onderzoek waaruit blijkt dat islamitisch geïnspireerde terreuraanslagen 357% meer media-aandacht krijgen dan andere aanslagen. In harde cijfers: een aanslag gepleegd door moslims kan rekenen op gemiddeld 105 krantenkoppen, andere aanslagen slechts 15. Diezelfde scheve verhoudingen zien we ook als het gaat om vandalisme, criminaliteit en ander wangedrag. In deze gevallen wordt er graag geschermd met criminaliteitscijfers van het CBS waaruit blijkt dat mensen met een migratieachtergrond oververtegenwoordigd zijn. Daarbij wordt gemakshalve weggelaten dat wanneer diezelfde criminaliteitscijfers worden ingedeeld naar sociale en inkomensklasse, het verschil tussen wel of geen migratieachtergrond wegvalt.

Een ongemakkelijke waarheid. Het is simpeler om gewoon naar de ander te wijzen. De BBC was aanwezig bij een #FreeTommy-demo in Londen. De aanwezige demonstranten scandeerden anti-islam leuzen. Op de vraag van de journalist waar toch al die “kennis” van de islam vandaan kwam, antwoordde een deelneemster: ‘Dat wordt ons verteld.’ Waar dan, wilde de journalist weten. ‘Nou, bijvoorbeeld hier, bij de vorige demonstratie.’ Een demonstratie waar onder andere PVV-leider Geert Wilders sprak, uiteraard over de gevaren van de islam, van immigratie, van de multiculturele samenleving. Waarschuwingen waar we hier in Nederland inmiddels wel aan gewend zijn en waar VVD-minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok nu nog eens een schepje bovenop deed. Alles voor electoraal gewin, fuck de feiten.

Hoogleraar Ewald Engelen schreef op Twitter: ‘#Blok provoceert en kakelend nederland heeft het weer dagenlang NIET over de dalende arbeidsinkomensquote #Afleidingstheater mensen, trap er nou toch niet in.’

Hij heeft makkelijk praten, hij behoort namelijk niet tot de groep mensen die door de minister zijn weggezet als genetisch staatsontwrichtend en een potentieel gevaar voor de samenleving. Het is geheel terecht dat zo veel mensen zich nu al dagenlang druk maken om de uitspraken van de minister. Dat neemt echter niet weg dat Engelen wel gelijk heeft. Een multi-etnische of multiculturele samenleving waar de oorspronkelijke bevolking nog aanwezig is én waar een vreedzaam samenlevingsverband is, meneer Blok? Nederland. De werkelijke scheidslijnen die hier zijn en die dringend aandacht behoeven zijn niet cultureel bepaald, maar economisch. De inkomensongelijkheid stijgt in rap tempo, Amerikaanse toestanden zeg maar. De rijkste 10% van Nederlanders bezit nu 68% van de welvaart. Van alle “ontwikkelde landen” staat alleen de VS nog boven ons.

Dat, dáár schuilt het werkelijke gevaar van een verdeelde samenleving. En het is die bovenste laag die er alle belang bij heeft dat de rest van het land z’n tijd, energie en woede vooral op elkaar richt. Het klassieke verdeel en heers. Trap er toch niet in.

Geschreven voor www.joop.nl


Nóg meer lezen? In 2017 verscheen mijn verhalenbundel ‘De man die zichzelf in Auschwitz liet opsluiten’. Bestellen doe je bijvoorbeeld hier. Of hier.

Mijn voorouders waren slaven

Veldneger. Het staat er echt, als beroep. ‘Veldneger’.

Ik ben aan het graven in de index ‘Vrijverklaarde slaven’, het Surinaamse slavenregister dat sinds deze week online staat. Ik zoek eerst op m’n eigen achternaam, maar dat levert geen resultaten op. Dan tik ik de meisjesnaam in van mijn overgrootmoeder, de moeder van mijn oma. Ik heb thuis een foto van haar. Of een foto van een vergeelde foto, eigenlijk. Emma Christina Menckeberg. Ze draagt een simpele, witte koto en kijkt met vriendelijke ogen en een kleine glimlach in de lens.

Keti Koti
Mijn overgrootmoeder, Emma Christina Menckeberg

Wanneer de foto genomen is, weet ik niet. Maar ze werd geboren in Paramaribo, 1889. Daarmee behoort ze tot de eerste generaties die in vrijheid werden geboren. 26 jaar eerder werd in Suriname de slavernij formeel afgeschaft, op 1 juli 1863. Keti koti, de ketenen gebroken. Vrijheid was er niet direct. Tot nog zeker tien jaar na de formele afschaffing moesten de vrijgemaakte slaven op de plantages blijven werken om ervoor te zorgen dat de plantagehouders geen al te grote financiële schade zouden lijden.

Ik zoek in de registers op Menckeberg en krijg elf resultaten. Elf voornamen, vergezeld van een ‘slavennaam’. Die laatste is overal gewoon hetzelfde als de voornaam: Maria, Careau, Eduard, Rosalie, Charles, Emelie, Ida, Christina, Pieter, Rudi. Alleen Grits krijgt als slavennaam Frits. Dit moeten mijn voorouders zijn.

De namen staan op volgorde van leeftijd, de oudste bovenaan. Dat is Maria. Ze was 54 in 1863 en was tot aan haar vrijlating ‘waschmeid’. Godsdienst: geen. En ze had een borderelnummer, PE545. Een document dat haar het eigendom maakte van ene Johanna Petronella Mencke. Bij de opmerkingen staat dat ze verwant is aan de andere personen op de lijst, maar ook ‘bron geeft niet aan op welke wijze’.

Ik ben op zoek naar de volgende in de lijn van mijn vader, mijn grootmoeder, mijn overgrootmoeder, en dus moet ik bij de jongsten zijn in 1863. Onderaan de lijst dus. Bij de jongens, aangezien de naam via de vader werd doorgegeven. Grits zou kunnen, hoewel hij destijds 13 was (beroep ‘geen’, godsdienst ‘RC’) en dus al 39 toen Emma werd geboren. Het kan, maar de kans is klein. Blijven over Pieter (leeftijd 8, beroep: geen) en Rudi (leeftijd 4, beroep: geen).

Elf namen, elf familieleden van wie ik niet precies weet wie ze zijn en van de informatie die erbij staat word ik niet veel wijzer. Maar het is een begin. Het zijn elf familieleden waarvan ik tot nu toe niet wist dat ze bestonden. Ik klik verder door de lijst. Careau was 36, huismeid, geen godsdienst. Eduard was 32 en ponteknecht, Rosalie 28 en huismeid. M’n adem stokt nadat ik op de naam van Charles heb geklikt.

26 jaar oud, zijn beroep: ‘veldneger’. Hij was aan het werk gezet op de plantage Caledonia. Die moet ik opzoeken. Het blijkt en koffieplantage te zijn geweest aan de Saramaccarivier. De eigenaren zijn niet degenen die mijn familie in bezit hadden, ook komt de familienaam niet terug in het overzicht van de daar aanwezige tot slaaf gemaakten. Ik vraag me af hoe hij daar terecht was gekomen, als enige. Ik ben niet onbekend met de gruwelen van de slaventijd in Suriname, maar daar mijn familienaam te zien staan, gepaard met de term ‘veldneger’ en daaronder de naam van een eigenaar, maakt het opeens veel werkelijker. De rillingen lopen over m’n lijf als ik me probeer voor te stellen hoe dat voor hem geweest moet zijn.

Ik moet denken aan het boek Wij slaven van Suriname, van Anton de Kom. Daarin beschrijft hij uitvoerig hoe tot slaaf gemaakten werden behandeld op de plantages. Een passage uit het boek luidt:

“Claas Badouw, directeur van de plantage La Rencontre, beschuldigde zijn slaaf Pierro ten onrechte een poging gedaan te hebben hem te vergiftigen. Pierro werd in het kookhuis gebracht, waar men hem de tien vingers en de tien tenen afhakte met een scherpe beitel. Vervolgens dwong men hem deze op te eten. Badouw nam daarop zelf een mes en sneed een oor van de slaaf af, dat hij eveneens op moest eten. Toen sneed de blanke gentleman met een scheermes Pierro’s tong af en gelastte hem deze in te slikken. Stervende van de pijn stamelde Pierro met het stompje van zijn tong enkele klanken. Badouw geraakte hierdoor in een zodanige woede, dat hij met een nijptang ook het overige stuk van zijn tong uitrukte.”

Wat Charles heeft moeten ondergaan op de plantage weet ik niet, ik kan alleen maar hopen dat hem de extreme straffen bespaard zijn gebleven. Hij heeft het in elk geval kunnen navertellen, want op 1 juli 1863 werd ook hij vrijgelaten, werden zijn ketenen verbroken.

Vanaf de 17de eeuw verscheepte de West-Indische Compagnie zo’n 450.000 mensen vanaf West-Afrika naar Suriname en Curaçao. Gevangen door onder meer andere Afrikaanse stammen, opgekocht, getransporteerd en doorverkocht door de WIC. In 1863 werden de vrijlatingspapieren getekend van zo’n 45.000 mensen, 35.000 daarvan in Suriname. Op 1 juli worden op diverse plaatsen in Nederland weer herdenkingen georganiseerd aan deze gruwelijke periode uit de vaderlandse geschiedenis.

Excuses van de Nederlandse overheid zijn er nooit gekomen. Erkenning, een monument, wat voorzichtig gekozen woorden. Een ‘sorry’ is er nooit geweest. De Rotterdamse burgemeester Aboutaleb zei in aanloop naar de herdenking van dit jaar dat het wat hem betreft tijd is dat de overheid nu eindelijk die excuses eens aanbiedt. Hij werd bedolven onder dezelfde stortvloed aan drogredeneringen die elke keer opborrelen wanneer iemand het Nederlandse slavernijverleden aankaart: ‘Het waren Afrikanen die andere Afrikanen gevangennamen’, ‘mijn voorouders kwamen uit Drenthe, dus ik heb er niks mee te maken’, en mijn favoriet: ‘Wij waren de eersten die de slavernij afschaften’. Wat wil je nu, een koekje?

Niemand vraagt van individuele Nederlanders om door het stof te gaan voor die eeuwen waarin ver weg, aan de andere kant van de oceaan de meest gruwelijke praktijken werden uitgevoerd. Niemand beweert dat Nederlanders anno 2018 schuld dragen aan die verschrikkelijke slaventijd. Maar die slaventijd was er en werd volledig gefaciliteerd door de Nederlandse overheid. Een tijd die nog altijd doorwerkt in veel families van nabestaanden, het is niet zo heel lang geleden, die wond bestaat nog. Het minste wat je als Nederlandse overheid kan doen is zeggen: dat klopt, daar hebben wij een groot aandeel in gehad, en dat spijt ons. Er is niemand die daar minder van wordt, van die erkenning, dat laten weten dat het wel degelijk gezien wordt. Niemand zal er minder van worden, wel een hoop mensen een stukje beter.

Beluister dit verhaal hieronder:

Bij Dokkum werd Sinterklaas vermoord

Een jaar geleden zei Halbe Zijlstra met veel gevoel voor pathos in talkshow Pauw dat Sinterklaas werd vermoord. Zijlstra kon de veranderingen die her en der aan het uiterlijk van de traditionele Zwarte Piet werden aangebracht niet verkopen aan zijn kinderen. Ja, dat ze niet meer door de schoorsteen kwamen, dat lukte Zijlstra dan nog net wel, dat had hij opgelost door de pieten een loper te geven zodat ze gewoon door de voordeur konden. Handig. Maar toch, aansteller, een paar minieme wijzigingen en het feest kan weer generaties verder. Of toch niet.

Actiegroep Kick Out Zwarte Piet (KOZP) wilde eerst niet naar het Friese Dokkum om te protesteren tegen Zwarte Piet, want te ver weg, maar bedacht zich. De strijd is immers nog niet gestreden. De vergunningen werden aangevraagd en verkregen, de bussen werden gecharterd, de sfeer zat er lekker in. En een vreedzaam protest zou het worden. In tegenstelling tot wat de pro-pieters steeds roepen is KOZP in de afgelopen jaren altijd vreedzaam geweest. Spandoeken, T-shirts en wat nog meer met een duidelijke boodschap dat Zwarte Piet racisme is, ja. Maar vreedzaam was het.

Datzelfde kan niet worden gezegd van het pro-kamp. Kregen we eerder deze week nog een voorproefje uit Duindorp waar een inwoonster al dagenlang bedreigd en aangevallen wordt vanwege godbetert een tweetje met afkeer van Zwarte Piet, vandaag bij de landelijke intocht lieten de Friezen zich van hun slechtste kant zien. Daar besloot het pro-kamp eigenhandig dat er voor een ander geluid dan dat van hen geen plaats is en wierp een blokkade op de snelweg op. Daar strandden de bussen met actievoerders. Opgesloten in de bus daar op die Friese snelweg kregen ze scheldkanonnades en bedreigingen naar hun hoofd en een enkele piet-fan bracht de hitlergroet en ook moest een van de ruiten van de bus* eraan geloven. De politie stond erbij en keek ernaar.

Of nou ja, ze deden iets meer dan alleen kijken. Ze brachten ook nog even de boodschap van de burgemeester van Dokkum over: helaas, de volledig goedgekeurde demonstratie mocht niet langer doorgaan. Waarom niet? Ze waren te laat. Ja, te laat omdat er een stel mafklappers voor een blokkade op de snelweg hadden gezorgd, maar dat is dan jammer hè. In Rotterdam werd door een andere tak van anti-pieters als reactie ook een blokkade opgeworpen, zij het wat kleiner en niet midden op de snelweg. In Dokkum wordt gekeken of een snelwegblokkade misschien strafbaar is, in Rotterdam werden politiehonden ingezet. Om nog maar even te illustreren dat in Nederland niet iedereen gelijk wordt behandeld.

Liepen de gemoederen op die Friese snelweg al hoog op, de thuisblijvers gingen via social media nog even een paar versnellinkjes hoger. Nekschoten voor de anti-pieters, doodknuppelen, het land uitgooien, de ene racistische verwensing na de ander. Maar nee hoor, met huidskleur heeft het allemaal niets te maken.

Wie dacht dat het feest nog te redden viel met een paar kleine aanpassingen, ik was daar een van, heeft vandaag kunnen zien dat er niets meer te redden valt. Pro-pieters zijn niet te bewegen om één element uit dat hele feest te schrappen en gaan steeds verder om dat element te verdedigen. Tegenstanders geven evenmin op, want racisme is nu eenmaal iets waarvoor je geen water bij de wijn doet. Sterker nog, er mag wel een tandje opgeschaald worden, want wie de reportage in de Volkskrant heeft gelezen over de extreem racistische beweging Erkenbrand, weet dat slechts waakzaamheid voor extreemrechts niet meer voldoende is. ‘Dit nooit meer’? Ze zijn er weer.

De intocht van 2017 was de intocht waarbij het roer definitief omging. Dit is wat er gaat gebeuren: de intocht is er volgend jaar ook, en misschien het jaar daarop ook. Het geluid tegen zwarte piet blijft en de pro-pieters zullen steeds harder op de trom slaan, gesteund door extremistische nationalistische bewegingen die als paddenstoelen uit de grond schieten. Daarbij wordt geweld niet geschuwd, bleek ook weer uit het stuk van de Volkskrant. Bij een van de komende intochten gaat het mis, goed mis. Daar gaan slachtoffers vallen, dat kan haast niet anders. Daarna durft geen weldenkende ouder het nog aan om zijn of haar kind mee te nemen naar een intocht en zo verdwijnt dat hele Sinterklaasfeest in de obscuriteit, net zo lang tot het niet meer is dan een variant op dat obscure waddenfeestje Sunneklaas.

In 754 legden de Dokkumers Bonifatius op het hakblok, in 2017 was het de beurt aan die andere heiligman. En zo heeft Halbe Zijlstra een jaar na zijn optreden in Pauw dan toch gelijk gekregen, zij het dat de moordenaars uit de andere hoek kwamen. Maar dood is het, dat Sinterklaasfeest, en dat is misschien maar goed ook.

Dit artikel verscheen op Joop.nl