Fout

(Dit artikel verscheen tevens op Nurks)

“Daar hou ik wel van. Lekker fout.” Ze wijst op een gigantische Turk met een paardenstaart en een ringbaardje. Hij draagt een shirt dat eigenlijk een maatje te klein is, bovenste knopen los waardoor zijn borstharen een riante glimp van de buitenwereld opvangen. En hij heeft een pitbull.

Ik besef dat ik geen schijn van kans bij haar maak. Ik ben geen gigantische Turk, ik heb geen borsthaar en ik ben kaal. Daarbij haat ik honden. Niet dat ik het heel erg vind, want zij is blond en een beetje mollig, en daar hou ik dus helemaal niet van. Eigenlijk is ze gewoon dik, maar omdat ik haar wel aardig vind zeg ik dat niet. Maar om zelfs bij onaantrekkelijke vrouwen geen kans te maken is toch wel jammer. Als man heb je immers graag opties.

Continue reading Fout

Eén keer

Ik zal een jaar of vier, misschien net vijf, zijn geweest toen ik mij voor het eerst bewust werd van zijn portret aan de muur. Hij leek op mij, maar dan net even anders. Mijn moeder kwam naast me staan en samen stonden we zo een poosje in stilte naar hem te kijken. Ze zakte door haar knieën zodat haar gezicht op gelijke hoogte kwam met het mijne en sloeg een arm om me heen. Zachtjes zei ze: “Dat is je broertje”.

Eigenlijk had ze “was” moeten zeggen, want op dat moment waren we al een tijdje niet echt familie meer.

Continue reading Eén keer

Een goeie tandenborstel

“Soms moet je nu eenmaal dingen doen die je niet leuk vind”. Dit veel gehoorde zinnetje, of in ieder geval veel gehoord door mij, schiet door mijn hoofd terwijl ik door een fabriekshal loop. Ik moet heel vaak dingen doen die ik niet leuk vind.

Wat ze hier doen weet ik niet precies. Iets met staal. En zand. Tijdens de uitleg die voorafging aan deze rondleiding was ik gebiologeerd door het assortiment koekjes op tafel. Ik vergat te luisteren. We staan in een groepje te kijken naar een bak zand waaruit vlammen komen, ik vraag me af of ik de enige ben die niet weet waarom. Naast de bak staat iemand een sigaret te roken. “Hier mag je nog wel gewoon roken” merkt een collega op, “ik zou hier bijna willen werken, maar ja, die schoenen”.
Voor ons staat Roel enthousiast uit te leggen wat er om ons heen gebeurt. Tenminste, dat denk ik, want door de herrie versta ik er helemaal niets van. Ik loop gewoon achter de groep aan. Wat ik wel versta is dat je absoluut niets mag aanraken en met een blik op de zwarte handen van de mannen die hier aan het werk zijn besluit ik dat dit geen enkel probleem is.

Continue reading Een goeie tandenborstel

Een goede buur

Het is negen uur ’s avonds als opeens het geluid van mijn deurbel door het huis heen dreunt. Een deurbel kan ik het eigenlijk niet noemen. Het is meer een opgevoerde zoemer, ik moet even onthouden om tijdens mijn volgende migraine-dag de stekker van dat ding eruit te trekken. Ik geloof niet dat ik het zou overleven.

Een halve minuut lang blijf ik onbeweeglijk op de bank zitten, met mezelf in overleg over het wel of niet opendoen. Ik ben een beetje het type van “je belt maar even voor je langskomt”, en dan heb ik het niet over dat knopje naast de voordeur. Toch sta ik op en schuifel naar de deur. In het donker zie ik een man staan die me wel bekend voorkomt, maar die ik niet meteen kan plaatsen.

Continue reading Een goede buur

Meisjes poepen niet

(Dit artikel werd eerder gepubliceerd in 60 Minute Magazine)

“Ik trek het slecht”

“Zeg dat wel, probeer je linkerhand eens”
“Dat bedoel ik niet, lul”
“oh…”
Hoewel de sfeer enigszins verpest lijkt waag ik nog een poging:
“Zal ik jou anders effe…”
Kwaad staat ze op en beent de badkamer in.
“Wat ben je ook een ongelooflijk ongevoelige eikel”
“Au” denk ik “dat doet pijn”

Continue reading Meisjes poepen niet