Flauw

Wat mij nu zo onmisbaar maakt? Dat is een uitstekende vraag die je daar stelt, een waar ik eens haarfijn op zal antwoorden. Want weet je wat het is, wat het probleem is in dit land, en je ziet het ook in de landen om ons heen en eigenlijk in de hele westerse wereld, en dat mag je eigenlijk niet meer zeggen, maar het probleem is dat je dingen niet meer mag zeggen. En ja, dat doe ik dus wel, hè. Gewoon hardop de waarheid durven verkondigen, de waarheid die ze niet willen horen. Dat is nodig ja. Wie ‘ze’ zijn, vraag je? Nou, je weet wel, de linkse kliek. De media bijvoorbeeld. Wat? Ja, daar hoor ik ook bij, maar ik bedoel echt de media-media, hè. En neem van mij aan, als iemand die de media beter begrijpt dan de media zelf, dat ik weet hoe het spelletje gespeeld wordt. Hoe de knikkers rollen zeg maar, ja. En daar hoor je dan dus niet de zaken die echt spelen in het land hè, de zaken die de Nederlander echt belangrijk vindt. Trump, bijvoorbeeld, het is toch te gek voor woorden hoe de media met zo’n man omspringt? Een heksenjacht noem ik het altijd maar. Volstrekt onschuldig, een man die zegt waar het op staat, daar herken ik mezelf ook erg in, en eerlijk hè, goudeerlijk. Maar dat willen ze hier niet zien. Heeft ook een beetje met het onderwijs te maken he, enorm links is dat, dus ja, je moet wel heel stevig in je schoenen staan wil je die indoctrinatie, want dat is het, indoctrinatie, het hoofd kunnen bieden. Of je moet gewoon vroeg uitstappen, net als ik. En het klimaat, nog zoiets. Maar ik heb me erin verdiept hoor, het klimaat, en wist je dat er plekken zijn waar het ijs juist toeneemt? En deze jongen zat in december de houtkachel nog te stoken hoor, hadden we toen maar een opwarming haha ja, maar nee, even serieus, dat is gewoon iets wat ze je vertellen om je eronder te houden. Wie? Nou, de regering, links. Welke linkse regering vraag je? Dat vind ik flauw, dit is weer typisch de media. Oké, waar waren we. Of ik nog ergens spijt van heb? Even denken hoor, ja, ik denk toch wel die keer dat ik Peter van der Vorst een teringlijer noemde. Die werd kort daarop m’n baas, dus dat was met de kennis van nu niet zo handig nee. Dat heeft er natuurlijk ook voor gezorgd dat ik nu van de zender ben gehaald. En het was toch een belangrijk programma, hè. Hoeveel mensen er keken? Ik kan je slecht verstaan, ik rij net een tunnel in, hallo?

Geschreven voor www.shortreads.nl

Lieve onbekende

Lieve onbekende,

Ik weet niet wie je bent, maar ik moet steeds aan je denken. Jouw maandag moet begonnen zijn als elk ander begin van de week. Je stond op, maakte je gereed en ging op pad. Misschien deed je dat elke maandag volgens een strikte routine. Er was geen moment waarop je dacht dat je ditmaal wellicht een andere tram moest nemen. Of was dat er wel en besloot je het er toch op te wagen, terwijl je hart in je keel sloeg, maar omdat het leven in het groot nu eenmaal niet altijd bereid is rekening te houden met onze levens in het klein

Continue reading Lieve onbekende

De cactusdief

Ik was niet altijd een cactusdief.

Er waren simpeler tijden. Tijden waarin we ons op de uren van dronkaards en rustelozen op straat begaven, lege straten en parkeerterreinen afstruinden, blikken door ruiten wierpen, ons gereedschap altijd in de aanslag. Er was zelden een nacht dat we niet beet hadden. Om en om hielden Jeremiah en ik de wacht. De een op de hoek van de straat terwijl de ander het slot open priegelde. Twee minuten werk. Max. Een kwart daarvan om binnen te komen, de rest om te pakken waar we voor kwamen.

Continue reading De cactusdief

De man zonder tanden

Striemende kou snijdt langs m’n gezicht. Pijn doet het niet, m’n wangen zijn inmiddels zo verdoofd dat het voelt of iemand een kunststof laag over m’n eigen huid heeft geplakt. In m’n hals, onder de opstaande kraag van m’n winterjas en de sjaal die ik daar nog eens omheen wikkelde, voel ik pareltjes zweet opwellen. Het fietsen in dit weer en met tegenwind, valt me zwaar. De fiets heeft net als mijn conditie zijn beste tijd gehad.
Het park is groen, abnormaal voor deze tijd van het jaar. Het laat zien dat ondanks de ijzige wind die vandaag waait het werkelijk winterse weer nog nauwelijks van zich heeft laten horen. Een tweetal fietst me tegemoet. Een vrouw met naast haar een jongen van een jaar of 7. Zij probeert puffend en steunend de lichte helling die ze op fietsen te bedwingen. Haar rechterarm uitgestrekt naast haar, de hand rustend op de rug van de jongen. Hij is nog steviger ingepakt dan ik en doet verwoede pogingen zijn moeder bij te houden. Het puntje van zijn tong steekt uit, zijn ogen wijd opengesperd. Hij lijkt zich niet bewust van de helpende hand die hem wordt geboden. Ik moet denken aan hoe ik zelf ooit mijn eigen zoon zo voortduwde, door de tegenwind, proberend zo zijn eigen kleine leed iets te verzachten.

Continue reading De man zonder tanden

Schuld

Hij had er over nagedacht en het leek hem beter wanneer er geen God bestond. Op die manier hoefde hij Hem ook niet de schuld te geven van wat er gebeurde. Dat was zo bekeken toch een stuk makkelijker.

We waren 15 en 14 en grotendeels op onszelf aangewezen. Mama was er wel, maar kwam dezer dagen nauwelijks haar kamer nog uit. Ze lag in bed te slapen of te hoesten en soms allebei, wij zagen erop toe dat zij voldoende dronk, in elk geval probeerde te eten en vooral die veelkleurige pillen uit ontelbare potjes naast het bed en in de badkamer innam.

Continue reading Schuld