Nu is het altijd voorjaar

We ontwaken.

Vergis je niet, we waren er altijd, al eerder dan jij. Je kent onze familieleden, je vindt ze in de vijver in je achtertuin, in dat slootje in het park, in die plas water naast de schuurdeur. Maar ons, ons ken je niet. Nog niet, terwijl dat wel zou moeten

Continue reading Nu is het altijd voorjaar

Hoe ver Europa nog is

Waar de regen het oppervlak raakt spat het water in witte koppen omhoog alsof ontelbare kogels de zee doorboren. Waar Amanuel ook kijkt, overal ziet hij de inslagen en hij bidt dat het zwarte wolkendek boven zijn hoofd niet meer in petto heeft. Vroeger dacht hij dat het water op open zee altijd woest was. Dat metershoge golven uit alle macht probeerden af te rekenen met eenieder die het waagde het water te trotseren. Inmiddels weet hij beter. Meestal gebeurt er helemaal niets. Vanaf het houten schot waar hij op ligt en dat tot voor kort de bodem van de boot was, heeft hij de zon drie keer zien gaan en komen. De eerste dag liet hij zich nog af en toe in het water glijden om te ontkomen aan de zon die op zijn huid brandde. Hij ontdekte dat het oranje vest om zijn nek dat hem boven water moet houden, dat niet doet. Toch houdt hij het om. Aan de binnenkant zit een gemene rand die in zijn hals schuurt.

Continue reading Hoe ver Europa nog is

Oneindig onrecht

Daar langs de Rio Grande

Óscar en Tania hadden lang genoeg tussen het geweld geleefd. Beiden hadden ze in hun jeugd de verlokkingen van de bendes weten te weerstaan, hoewel niet altijd zonder kleerscheuren. Ze waren er zoals zovelen in hun buurt aan gewend geraakt, aan de permanente angst, aan de vrienden en familieleden die van de ene op de andere dag uit het leven werden gerukt. Maar met de komst van Valeria was alles anders geworden. Na weer een schietpartij waarbij enkele kogels zich in de muur van hun huisje hadden geboord, laag genoeg om een kruipende peuter te treffen, besloten ze te vertrekken.

Continue reading Daar langs de Rio Grande

Fluorescerende tentakels en drakenkaken

Een tosti-ijzer op zijn kant, zo zou ik het vaartuig nog het meest omschrijven. Van buiten dan. Ik ga natuurlijk naar binnen. Het luik wordt dichtgeschroefd. Alle lampjes die branden moeten, branden. Alle meters die meten moeten, meten. One. Zero. Niner. Two. Eight. We volgen het protocol. Een krakende stem van iemand in een andere wereld: Roger that. De kille bevestiging dat ik de bodem heb bereikt. Vermoedelijk juichen ze, slaan ze elkaar op de schouders, high-fiven elkaar. Ik niet, ik ben alleen. Meer alleen dan iemand ooit geweest is.

Continue reading Fluorescerende tentakels en drakenkaken