Voor jou [door Esther Crena Uiterwijk]

‘Ik moet je wat vertellen, maar ik weet niet hoe, want ik ben er zelf nog niet aan gewend.’ Ik schrik door de ernstige toon waarop je het zegt. ‘Zeg het maar gewoon,’ antwoord ik. Je zegt dat je het toch nog liever even wilt laten bezinken. Dat stelt me niet op mijn gemak en ik vraag of het erg is. ‘Ja.’ zeg je. Ik ril. Maar we besluiten het even zo te laten.

De volgende dag vertel je me dat je al een tijdje loopt te kwakkelen. Dat de huisarts je al drie keer een antibioticakuur tegen bronchitis gaf en dat het niet hielp. Je bent naar het ziekenhuis geweest en op de longfoto was een grote plek zichtbaar. Volgende week moet je voor meerdere onderzoeken terug. In vijf minuten stort mijn wereld in. Twee jaar kennen we elkaar, sinds twee maanden verliefd.

Tijdens het wachten op de definitieve diagnose, ga ik voor het eerst sinds negen maanden weer roken. Een heel pakje in zes uur. In de week daarop, de rollercoaster waar we in zitten, van afschuwelijke onderzoeken, tussen een beetje hoop en heel veel vrees, eten en slapen we te weinig en drinken we teveel.

Omdat de longarts je vertelt dat een behandeling je leven aanmerkelijk zou kunnen verlengen, besluit je het gevecht aan te gaan, voor jezelf, voor je dochters en voor mij. Redelijk positief gestemd begin je met de chemotherapie. Zes weken lang, elke dag, tot Kerst. En vanaf half januari zullen daar bestralingen bij komen.

De chemotherapie verloopt de eerste twee weken eigenlijk zonder noemenswaardige ellende. Tot je op een nacht naar de wc stommelt en onderweg moet overgeven. Ik word wakker en hol naar je toe. Je zit te bibberen op de bank en zegt: ‘Sorry, sorry laiverd, ik ruim het zo op.’ Ik breng je terug naar bed, ruim de schuimige prut van de vloer en denk: this is it. Het is begonnen.

De volgende ochtend zeg je bij het ontbijt monter dat het vast kwam van alle dingen die je gesnoept hebt. Dat is een mooie bijkomstigheid van de behandeling: je mag alles eten wat je wil. De combinaties die je maakt zijn voor een gezond mens al misselijkmakend: aardbeien met veel lobbig geslagen room; harinkjes op roggebrood; kersenbonbons; whisky; Belgisch bier. En dat alleen ’s middags al.

Je slaapt veel. Ik vind het fijn wanneer je op de bank met je hoofd in mijn schoot ligt te soezen. Dan voel ik me volmaakt gelukkig, dan is jouw ziekte even heel ver weg.

Er zijn momenten dat je tegen me zegt: ‘Laiverd, maak dat je wegkomt. Je wil dit niet. Je bent hier te mooi voor. En ik wil een vent voor je zijn, geen patiënt.’ Maar weggaan is geen optie. Ik blijf. En jij kunt toch nergens heen.

De bestralingen zijn een hel voor je. Omdat longen nu eenmaal bewegen, omdat je moet ademen, wordt een groter gebied dan noodzakelijk door de straling geraakt. Hierdoor worden je luchtpijp en slokdarm volledig aan flarden geschoten. Je kunt niet meer slikken en naast de zuurstof krijg je nu ook een sondelijn in je neus. Arme lieve arme jij…

Als ik je in maart na een bezoek aan de longarts in een rolstoel naar de parkeergarage duw, zeg je boos: ‘Godverdomme, vijfhonderd meter, Esther! Ik kan godverdomme geen vijfhonderd meter meer lopen!’
Ik help je de auto in en je zegt: ‘Ik ben er klaar mee. Het is genoeg.’ Terwijl ik in je ogen vol wanhoop kijk, knik ik zwijgend. In de auto terug naar huis kijken we stil naar buiten. Als je ziet dat ik mijn tranen wegslik, zeg je: ‘Het is een mooie dag, sunshine, het is goed. Ik ben opgelucht.’ De rest van de rit houd je mijn hand vast en we huilen. We huilen wel een uur. In de loop van de dag word ik rustiger.
Als jij het ok vindt, dan is het ok.
Als jij er klaar voor bent, dan is het goed.
De komende weken, maanden, wie weet het, gaan we jouw leven zo aangenaam mogelijk maken. Geen chemo, geen bestralingen, geen gesjouw meer naar het UMCG.

Op een vrijdag, wanneer ik je dochters aflos, je hebt dan inmiddels 24 uur per dag hulp nodig, zegt je jongste: ‘Misschien kun je morgen met pap een beetje rondrijden, in de buurt.’ Ze voegt daar fluisterend aan toe: ‘Dan kan hij alvast wat afscheid nemen…’ De volgende ochtend koppel ik het grote zuurstofapparaat los en leg het “reismodelletje” achter de passagiersstoel. Ik help je in de auto, zet de stoelverwarming aan en leg een plaid over je heen. Je bent zo mager geworden. We rijden door het prachtige Groningse landschap, de lente is aangebroken, alles is knalgroen. Je wijst me waar je gewerkt hebt, waar je vroeger zwom, waar je hebt gefietst, waar je met trekkers scheurde. Het is zo’n heerlijke rit, je vertelt zulke heerlijke verhalen. Als we bij de dijk zijn aangekomen en uitstappen, zeg je: ‘Zullen we de dijk op?’ Ik kijk je vanaf mijn kant van de auto aan en zeg verbaasd: ‘Kun jij dat dan?!’ ‘Godallemachtig.’ zeg je. ‘Ik was het gewoon vergeten.’ Je geeft me een dikke knipoog en ik lach naar je. Maar potverdomme, wat deed dat pijn.

De weken na Pasen zijn even prachtig als afgrijselijk. Je reageert volledig verkeerd op de morfine. Je wordt onrustig, ik moet je soms met al mijn kracht terugduwen in je bed. Een keer ben je me te vlug af en moet ik je van de trap halen. Alle lijnen die aan je hangen maken een gang naar boven levensgevaarlijk. Als je weer ligt, bel ik de dokter. Ik ben alleen en ik durf niet zo de nacht met je in te gaan. De dokter komt langs om je een prikje te geven om rustig te worden. Ik ben bang dat je daar aan zult overlijden. De dokter antwoordt: ‘Hij overlijdt niet aan dat prikje, maar aan de kanker.’ Dat stelt me nogal gerust. Maar niet heus. Ik vraag hem of ik de familie moet bellen. En dat lijkt hem een goed idee. ‘Hij is echt stervende nu.’ Ik trommel je dochters, je moeder en je broer op om zeker te weten dat ze je nog een keer kunnen zien en spreken terwijl je nog redelijk bij je positieven bent.
Het is een rare avond.

Voor de nacht heeft de dokter nachtverpleging geregeld. Je dochters slapen boven, ik ga bij jou beneden op een matje liggen. Als ik zie hoe ontzettend lief de nachtzuster voor je is, durf ik te gaan slapen.

De volgende ochtend ben je in redelijk goede doen. Je hebt het prikje overleefd. Om elf uur komt de huisarts weer langs. Als hij ziet dat je dochter een nieuwe zak sondevoeding in het apparaat doet, zegt hij tegen haar: ‘Dat hoeft niet meer.’ En hij draait het apparaat dicht. Als door een wesp gestoken vlieg je overeind: ‘Die sonde blijft aan!’ ‘Maar jongen, een stervend lichaam heeft geen voedsel meer nodig,’ zegt de arts. ‘Die sonde blijft aan!, zeg je nog eens, maar nu bijna schreeuwend. ‘Die sonde blijft dus aan,’ herhalen je dochters en ik eensgezind.

De volgende dag word je door de ambulance opgehaald om naar het hospice te worden overgebracht. Je zult nog twee weken leven.

De laatste zondag dat ik bij je wegga, stap ik de lift in en opeens stromen de tranen over mijn wangen. Ik stap snel weer uit. Bij je bed aangekomen zie ik dat je al bijna slaapt. Ik ga naast je zitten en druk je hand tegen mijn wang. ‘Ben je daar weer, sunshine?’ Je glimlacht met je ogen dicht en ik probeer je door de wirwar van snoeren en buisjes heen een kus op je mond te geven. Je glimlacht weer. ‘Ik moest opeens huilen.’ zeg ik. ‘Kom maar even bij mij dan. Huil maar.’ Ik leg mijn hoofd op je buik en huil. Ik hoor aan je ademhaling dat je vrijwel meteen weer in slaap valt. Ik blijf even zo liggen. Na een kwartiertje sta ik op en geef je een kus. ‘Dinsdag,’ fluister je. ‘Ja schatje, dinsdag ben ik er weer,’ fluister ik terug.

Dinsdagochtend overlijd je.

Er gaat geen dag voorbij dat je niet in mijn gedachten bent. Als ik aan je denk lijkt het alsof mijn borstkas zich opent en mijn hart eruit barst. Ik ben zo dankbaar dat jij in mijn leven was. Jij leerde me weer te liefhebben, onverschrokken en vol overgave. Jij, mooi mens, hoe jij nooit anderen veroordeelde. Jij, mooi mens, hoe jij me liet kijken. Naar mezelf. Naar de wereld. Onze tijd samen was in alle gruwelijkheid zo intens en wonderschoon.

Vier jaar geleden vierden we je laatste verjaardag. Vier jaar al.

Het gaat goed met me. Echt.

(Esther is ondernemer, Ajax fangirl en internetbullydompteur. Volg haar op Twitter)

30 gedachten over “Voor jou [door Esther Crena Uiterwijk]

  1. Sterke Esther,
    Ook al kennen we elkaar niet(las ’t via Femke H.’s twitter): Dank voor dit enorm warme en zó indrukwekkende verslag. 3 jaar geleden het -m.o.m. vergelijkbaar- door moeten maken met broerlief. Hoop en wens dat je nog lang zo dapper door mag gaan!
    H.groet uit Drenthe

  2. Ik moest huilen toen ik het las. Je liefde voor je vriend straalt er vanaf. Het raakt me zo hard dat het lijkt alsof het mij overkomt. Respect voor je mooie schrijven.

  3. De dag net begonnen in tranen na het lezen van jouw stuk, met zoveel tastbare en herkenbare emotie. Herkenbaar, schitterend…. Esther, dank je voor dit mooie stuk.

  4. Wat (be)schrijf je dit schitterend warm en vol liefde! En wat klinkt hij als een ontzettend sterk mens. Ik heb gehuild tijdens het lezen en ben blij te lezen dat het goed met je gaat. Zo lees ik je tweets in ieder geval… Vol humor, dapper, fel en liefdevol. Je raakt me. Ik blijf meelezen!

  5. Het raakt mij diep in het hart. Vrijdag jl. stierven twee goede bekenden van ons enkele uren na elkaar aan kanker op hemelsbreed nog geen honderd meter van elkaar. Ik huil om de mooie wijze hoe je je verdriet onder woorden hebt gebracht en gedeeld. Dank daarvoor, Esther,

  6. Geroerd – ‘waarom huil je vraagt’ zoonlief – zwaar – mooi maar verdrietig – LIEFDE: ik kan er geen zin van maken. Maar jij…..kon het wel. Ik wens jou nog veel liefde.

  7. dank voor je verhaal Esther. het raakt me enorm.

    elk jaar weer rolt hetzelfde scenario van de ziekte in de dood van mijn moeder door mijn gedachten. elk jaar van begin december tot begin februari. maar ik had het niet willen missen. 8 intensieve weken. om afscheid van haar te nemen. bijna negen jaar later spookt ze op een fijne manier nog iedere dag door mijn hoofd. haar hiernamaals. en we waren nog wel atheïsten geworden. omdat we het oneerlijk vonden.

  8. Prachtig geschreven. Leesbare liefde die je bijna kunt pakken. En mooi hoe iemand je leert (weer) lief te hebben. Dat leer je waarschijnlijk niet meer af.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.