Sati

Een kort geschoren koppie onder een half over het hoofd getrokken gerafelde capuchon. In haar rechterneusvleugel blinkt een niet te missen ringetje en waar haar trui haar hals raakt, kan ik nog net een stukje van een tattoo zien. Die is nieuw, net zoals de rest van haar uiterlijk. Hoe nieuw, dat weet ik niet precies, ik had haar tot vandaag al zeker vijf jaar niet meer gezien. Ze was in de buurt, stond in haar berichtje, of ik zin had elkaar even te treffen. Mijn agenda is vaak leeg en vandaag is daarop geen uitzondering, dus waarom ook eigenlijk niet.

Vijf jaar geleden vond ik haar leuk, ze was een welkome afwisseling van de meisjes die normaliter mijn aandacht trokken. Ik was een magneet voor zorgenmeisjes, meisjes die het op de bank van menig psychiater goed zouden doen. Of in een biechtstoel. Misschien waren zij wel een magneet voor mij.
Zij was anders. Twee koppen kleiner dan ik, lief en zorgzaam. Ze kwam uit een goed gezin, haar vader deed iets in het bankwezen en haar moeder doceerde aan een hogeschool. Zelf was ze in die tijd net gaan studeren, iets met Engels. En poëzie, geloof ik.
Ik had een keer naast haar gezeten in de tram en haar uit pure baldadigheid aangesproken. Een half uur later zaten we met een kop koffie tegenover elkaar, die avond bleef ze voor het eerst slapen.

Na die eerste keer was ze nog vaak blijven slapen, maar enige regelmaat zat er nooit in. Meestal belde zij en wanneer ik dan niets te doen had, sprak ik met haar af. Dan kwam ze langs, vaak met een tas vol boodschappen. Dan kookten we samen en at ik gerechten die zich niet leenden voor de magnetron en dus onbekend waren voor mij. We keken films waar soms helemaal niets in explodeerde en spraken over boeken die ik vaak wel gelezen had, maar waar ik me inhoudelijk niets van kon herinneren. Met mij rookte zij haar eerste jointje en ik zat bij haar toen ze niet veel later boven het toilet haar avondeten uitkotste.

Het is nooit iets geworden tussen ons. Ik vond haar perfect, maar het was die perfectie waardoor ik me af liet stoten. Of afschrikken. We hadden ontzettend veel lol samen, maar het was me allemaal net iets te zoet. Ik hield van het rauwe en onvoorspelbare van de andere meisjes. Bij hen voelde ik me ook bij lange na niet zo schuldig als ik weer eens een paar weken niets van me liet horen.
De laatste keer dat ik haar had gesproken had ze gehuild, aan de telefoon. Er had geen gesnik geklonken, maar ik proefde haar tranen in elk woord. Ik zei dat het aan mij lag, niet aan haar. Zij gaf me daar gelijk in, zonder dit verwijtend te laten klinken. Zelfs nu bleef ze lief. Alles in mij riep dat ik haar vast moest houden, in plaats daarvan loog ik dat ik weg moest en dus op moest hangen. Beleefd zeiden wel elkaar gedag en daar bleef het bij.

Tot deze ochtend. De laatste paar uur heb ik meer aan haar gedacht dan in de jaren hiervoor. Ik was nieuwsgierig. Ze zou onderhand wel afgestudeerd zijn, mogelijk al getrouwd. Misschien kinderen. Goede baan, dat zeker. Nu zitten we tegenover elkaar, net als die eerste keer. Ze heeft dezelfde stralende glimlach, maar haar ogen schitteren niet zoals in mijn herinneringen. Ze roert in haar koffie, hoewel ze deze zwart drinkt, en vraagt hoe het met mij gaat. Het gaat goed, heel goed zelfs. Ik ben tot rust gekomen, doe nagenoeg geen gekke dingen meer. Ik werk veel, probeer daarnaast wat bij te leren en geniet van rustige avondjes. Of ik uiteindelijk dan toch wat van haar heb opgestoken, vraagt ze lachend. Daar moet ik even over nadenken. Misschien wel, het zou zomaar kunnen.

Haar verhaal is anders. Ze is al vroeg gestopt met haar studie, ze zag het nut niet. Ze was gaan reizen. Een paar maanden in Zuidoost-Azië en een half jaar Australië. Daarna nog een poosje in Mexico, maar dat vond ze niks. Terug in Nederland ontmoette ze iemand. Hij was een gitarist in een band, maar echt goed waren ze niet, zegt ze. Hij woonde hier en daar, overal en nergens en zij logeerde bij hem. Geld hadden ze nauwelijks, wel een grote vriendenkring. Ze leerde gitaar spelen en tatoeëren, hiermee verdiende ze wat bij. Met haar moeder had ze nog sporadisch contact, alleen per telefoon. Haar vader had ze al een poos niet meer gesproken. Hij was teleurgesteld in haar en keek niet meer naar haar om. Ze had het geaccepteerd, ze had gekozen voor dit leven en voelde zich er goed bij.
Ik wilde haar vragen of ze dit van mij had afgekeken, destijds, maar besloot het antwoord niet te willen weten.

Ze had de gitarist twee maanden terug voor het laatst gezien. Hij was met de band naar Engeland vertrokken voor wat optredens, sindsdien had ze hem niet meer gesproken. De gezamenlijke vriend bij wie ze logeerde werd uit huis gezet en zij trok verder. Een nichtje was net hier in de stad komen wonen vanwege een studie, daar logeerde ze nu. Ze kon mogelijk een baantje krijgen in een tattooshop, dan kon ze haar nichtje helpen met het betalen van de huur. Misschien zelf ergens een kamer huren, ze vond het tijd worden voor een beetje stabiliteit. Ik wil zeggen dat ze altijd bij mij terecht kan, maar slik de woorden in. In plaats daarvan knik ik instemmend en neem een slok koffie.

Haar woorden noch haar toon klinken ongelukkig, toch voel ik medelijden. In haar verhalen herken ik de reis die ik zelf ook heb gemaakt, op zoek naar mezelf. Ik proef het verlangen los te breken van verwachtingen en een eigen plek te vinden. Ik wil haar advies geven, maar ik ben bang belerend over te komen en hou mijn mond. We praten over vroeger, we lachen om grapjes van toen, ik vertel haar over situaties die zij zich niet meer kan herinneren. We lachen, we drinken koffie en we praten honderduit. Heel even ben ik weer de jongen van toen, zij blijft onverstoord het meisje van nu.

Dan moet ze gaan, haar gesprek is over een half uur en ze wil niet te laat komen. Ik reken af en help haar met het aantrekken van haar jas. Ik loop een stukje met haar mee, naar de tram, die in de verte al zichtbaar is. Het was gezellig, zegt ze. We moeten dit vaker doen. Ik grap dat ik misschien wel een tattoo laat zetten bij haar. Als het haar naam is, dan is ie gratis, antwoordt ze lachend.
Als de tramdeuren open gaan geeft ze me snel een kus op m’n wang en springt naar binnen. Bij de deur blijft ze staan. Zwijgend kijken we naar elkaar, ik geef haar een knipoog. Bel je moeder, zeg ik terwijl de deuren dicht gaan. Jij ook, roept ze nog snel. Bijdehand.
Ik kijk de tram een stukje na terwijl deze de straat uit rijdt, de hoek om. Ik lach nog steeds. Het leven kent gekke wendingen, het is wat het is. Ik ben tevreden.

9 gedachten over “Sati

  1. Heb je ooit Charles Bukowski’s Women gelezen? Ik moet daar een beetje aan denken door de blogs waarin je de vrouwen uit een duister verleden aanstipt. In ieder geval lees ik met veel plezier mee, dude.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *