Proloog

Proloog

Lange tijd werkte ik aan een roman, tot ik er geen zin meer in had. Dit was de proloog:

Haar mond beweegt. Daar hoort waarschijnlijk geluid bij.
Een oud rapnummer van Rakim galmt de wijde wereld in als ik de koptelefoon van m’n hoofd schuif, ‘Don’t sweat the technique’. De iconische baslijn had me weggevoerd, ver van hier. Naar een tijd waarin we hiphop luisterden en onder schooltijd onze cassettebandjes met een potlood terugspoelden om batterijen te sparen en in het weekend Yo! MTV Raps keken en ook gangstas wilden zijn, hoewel niemand dat hardop toegaf. Verder dan het dragen van baggy broeken, stoer lopen en veel schelden kwamen we niet. En de Surinaamse jongens noemden elkaar nigga en mij ook, want ondanks dat ik eerder gebroken wit ben, was ik toch ook half zwart en dus mocht het. Behalve van m´n moeder. Maar alles was in die tijd simpel en overzichtelijk, op wiskunde na, dat heb ik nooit begrepen.

Door het diepe stemgeluid van Rakim moest ik opeens denken aan een artikel dat ik laatst las. Het ging over hoe mannen met een zware stem slechter zaad hebben, omdat die klank wordt veroorzaakt door teveel testosteron, wat weer schadelijk zou zijn voor de spermaproductie. En toen dacht ik aan m´n eigen stem en hoe ik hier misschien niet had gezeten als ik meer bas zou hebben. Dat idee wekte me uit m´n dagdroom en toen ik opkeek schrok ik omdat Lilith pal naast me stond. Nu wacht ze geduldig tot ik in m’n binnenzak de juiste knop heb gevonden om de discman uit te schakelen. Het duurt even.
‘Wat?’
‘Zo, ook goeiemorgen,’ zegt ze, ‘ik vroeg of je al lang zit te wachten.’
‘O, ja. Hoi,’ zeg ik. ‘Valt wel mee.’
Naast het bankje ontsieren mijn zes peuken de tegels van het verder keurig aangeveegde plein. Ik sta op het punt er nog een bij te gooien.
Haar lange, gevoerde winterjas doet me denken aan een slaapzak en onttrekt haar buik aan het zicht.
‘Heb je er ook een voor mij?’ vraagt ze.
‘Serieus? Wat denk je zelf?’
Ik laat sigarettenstompje nummer zeven vallen en plant er demonstratief m’n schoen op.
‘Dan niet, zeikerd.’ Op haar gezicht verschijnt het zuinige glimlachje dat ik van haar ken. ‘Laten we naar binnen gaan,’ stelt ze voor. ‘Het is fucking koud.’
Ik wil niet teruglachen, niet naar haar, maar doe het toch. Het zijn de zenuwen.

De hal van de afdeling echoscopie in de Dimitra Polikliniek doet tegelijkertijd dienst als wachtruimte. De stoelen zijn bijna allemaal bezet door stelletjes die opkijken als we binnenkomen. Mensen in wachtkamers, waar dan ook, hebben allemaal dezelfde gezichtsuitdrukking; alsof ze op het punt staan hun hondje te laten inslapen.
‘Goeiemorgen,’ mompel ik. Een enkeling mompelt terug.
Ik ga naast Lilith op een van de buitenste stoelen zitten. Het houten zitvlak kraakt onder mijn gewicht en verstoort de steriele stilte. Naast mijn stoel staat een tafeltje met een paar tijdschriften; Ouders van nu, Het moderne gezin en meer van dat soort titels. Er ligt ook een foldertje van de Kwik-Fit. Ik schuif het wat rond en voel me allesbehalve comfortabel. Het stinkt hier naar linoleum en schoonmaakmiddelen, net als bij de tandarts. Ik word er een beetje misselijk van.
‘Daar zitten we dan,’ zegt ze zachtjes. Haar glimlach is gemaakt.
Ook Lilith is zichtbaar niet op haar gemak. Dat komt niet door de Dimitra Polikliniek. Dat komt door mij.
‘Ja… Hoe gaat het met je?’ vraag ik mat, maar gemeend.
‘Zwanger,’ antwoordt ze droog.
‘Goh.’
We fluisteren, maar omdat hier verder helemaal niemand praat klinkt het alsnog veel te luid.
‘Hoe gaat het met jou?’ vraagt ze aan mij.
‘Wel goed,’ antwoord ik. ‘Geschrokken, dat wel.’
‘Goh.’
Ik kijk de hal rond en iedereen staart wat naar de vloer of in een boekje. Waarschijnlijk luisteren ze allemaal mee. Zou ik wel doen tenminste, alleen al omdat hier verder niets te beleven valt.
‘Weten je ouders dat ik nu hier ben?’ fluister ik nog iets zachter en dit keer in haar oor.
Ze trekt haar hoofd naar achteren en uit haar blik maak ik op dat ze dit niet heeft gedaan en ook nooit zal doen. Het is zo’n verontwaardigde blik die je altijd bij gasten in The Jerry Springer Show zag, vlak voor ze gingen vechten, en die eigenlijk alleen werkt voor zwarte vrouwen. Ik krijg nog net geen ‘talk to the hand’ naar m’n hoofd geslingerd.
Verder weet ik alleen nog dingen te zeggen waarvoor dit niet de juiste plek en tijd is en dus zeg ik niks. Omdat Lilith hetzelfde doet richt ik m’n aandacht op het herschikken van de tijdschriften. Eerst leg ik ze op volgorde van kleur, dan toch maar alfabetisch, keurig uitgelijnd met de randen van het tafeltje. Het foldertje verpest de compositie, daarom vouw ik het op en steek het in m’n zak. Ondertussen speelt Lilith met haar telefoon en steeds wanneer de verloskundige, of echoscopist, weet ik het, de wachtruimte inloopt kijken we op om te horen of wij aan de beurt zijn. En iedere keer wanneer dit niet het geval is lachen we beleefd en gaan dan maar verder met niet naar elkaar kijken.

Eén gedachte over “Proloog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *