Over opvoeden en het ook niet weten

Er kwam een mailtje van school. Er lag een schoen in het lokaal en daar waren wat jongens mee gaan voetballen, waaronder m’n zoon. Toen werden ze de klas uitgestuurd en moesten ze de les dubbel inhalen. ‘Dit soort gedrag tolereer ik niet,’ stond er nog bij. Ik snap dat wel.

Wat ik niet snapte was: Waarom lag daar een schoen? Ze hadden die vast niet van iemand afgepakt, anders had dat ook wel in de mail gestaan. Was iemand een vorige les die schoen vergeten en op een of andere manier zonder het te merken op maar één schoen naar het volgende lokaal gehobbeld? Hoorde die schoen bij het lesmateriaal? Het was het vak levensbeschouwing, ik weet niet wat ze daar allemaal doen. Ik zat vroeger ook op die school. Tijdens levensbeschouwing zat ik achterin het lokaal muziek te luisteren. Ik heb nog steeds, vast ten onrechte, het idee dat dat vak niet echt meetelt.

Maar hij had dus gevoetbald met een schoen, was uit de les gegooid en had straf gekregen. Daar moest ik waarschijnlijk wat mee. Je zou denken dat ik na negen jaar wel een beetje een idee heb van opvoeden, maar ik doe nog steeds maar gewoon wat.

‘Hoe ging het op school?’ vroeg ik, toen hij thuiskwam. ‘Goed,’ mompelde hij. Pubers mompelen alles. ‘Nog iets gebeurd?’ vroeg ik. Ik dacht, als hij nou zegt dat er niks gebeurd is, dan kan ik boos antwoorden dat ik een mail heb gekregen en alles al weet. Alles behalve wat die schoen daar deed. En dan een opvoedkundige preek houden of zo. ‘Ik kreeg straf bij LBS,’ zei hij. ‘We hadden met een schoen gevoetbald.’
Ik zei dat hij niet met schoenen mocht voetballen, hij zei ‘ja, weet ik’. Toen wist ik eigenlijk ook niet meer wat ik er verder nog mee moest. Dat niet met schoenen mogen voetballen in het lokaal leek me de belangrijkste les. ‘Wat deed die schoen daar?’ vroeg ik nog, maar dat wist hij dan ook weer niet.

Laatst had ik wel een disciplinaire maatregel. Ik stond na een hele drukke dag in de keuken, me een beetje uit te sloven boven de pannen. Hij zat op z’n kamer. Pubers zitten bijna altijd op hun kamer. Toen het eten bijna klaar was had ik hem geroepen, luid, een paar keer. Geen reactie. Toen het eten klaar was en ik stond op te scheppen riep ik hem weer, luid, een paar keer. Geen reactie. Toen ben ik gewoon gaan eten, hij kwam nog steeds niet. Na het eten deed ik de afwas, maakte de keuken weer schoon, hij kwam nog steeds niet. Net toen ik dacht dat ik misschien even moest gaan kijken of hij überhaupt nog wel leefde, kwam hij de woonkamer binnen. ‘Hoe laat eten we?’ Hij moest toen zelf een bord in de magnetron schuiven en in z’n eentje eten. Hij leek er niet zo mee te zitten. ‘Het was lekkerder toen het net klaar was,’ zei ik. ‘Ik vind het nu ook lekker,’ antwoordde hij. Toen wist ik het verder ook niet meer.


Dit jaar verscheen mijn bundel ‘De man die zichzelf in Auschwitz liet opsluiten’. Die kan je o.a. hier kopen. Leuk voor de feestdagen en zo.