Nieta

Het is het voorjaar van 1990. Als jochie van amper twaalf ben ik een barre fietstocht vanuit Alkmaar aan het ondernemen (tegenwind, de hele weg). Met een tasje met wat boterhammen onder de snelbinders ploeter ik samen met de rest van de klas over de dijk naar het noorden. Den Helder is in zicht, daar wacht het veer naar Texel, de eindbestemming voor een weekje schoolkamp.
Aangekomen bij de haven wordt de hele klas naar een strook asfalt gedirigeerd naast het restaurant, waar we niet naar binnen mogen. Hier wachten we tot de veerboot, die zojuist arriveert, leeg is en we aan boord kunnen. Ik heb m’n fiets nog niet op de standaard gezet of ik zie haar. Met een grote glimlach komt ze mijn kant op gesneld. Mijn oma woont in Den Helder en zodra ze hoorde dat ik daar die dag zou zijn, besloot ze mij te komen begroeten. Ze wist niet hoe laat we aan zouden komen en heeft daarom uren staan wachten. Nog voor ik haar goed en wel gedag heb kunnen zeggen heeft ze me stevig in haar armen gesloten.

“Dag m’n kind”, hoor ik haar zeggen, de klank van haar stem gedempt doordat ze me ondertussen liefdevol tot pulp knuffelt. “Dag oma”, prevel ik gesmoord.
Veel tijd is er niet, met een flink kabaal gaat het stalen hek open, het teken dat we aan boord mogen.
Oma neemt m’n gezicht in haar handen en kijkt me streng aan. Ik moet goed luisteren naar de meesters en juffen, ik mag geen kattenkwaad uithalen en ik moet zorgen dat m’n jas goed dicht is, het kan namelijk stevig waaien op Texel. Ze laat m’n hoofd niet los tot ik haar dit beloofd heb.
“Mama vertelde me dat jullie geen geld mee mochten nemen, dus hier heb je wat lekkers voor onderweg.” Met glinsterende ogen drukt ze me een boterhamzakje vol snoepjes in m’n handen, schuimblokken, banaantjes en een paar chocolademunten. Dan pakt ze me opnieuw stevig beet en knijpt het laatste restje lucht uit me tot ik de boot op moet.
Als ik m’n fiets heb weggezet loop ik naar het achterdek om naar oma te zwaaien. Onvermoeibaar zwaait ze terug, terwijl ik aan het zakje snoep begin. De chocolademunten blijken zorgvuldig in folie verpakte rijksdaalders te zijn. De veerboot zet zich in beweging en de punt van Den Helder met daarop mijn oma wordt kleiner en kleiner. Oma blijft zwaaien, tot we elkaar niet meer kunnen zien.

In Memoriam, Nieta Magdalena Vanenburg – Moniz
* Paramaribo, 20-12-1925 – † Den Helder, 25-1-2012

 

11 gedachten over “Nieta

  1. Ik weet heel goed hoe het is om van Alkmaar naar Texel te fietsen dus ik kan me elg oel o erk at moet zijn geweest om in Den Helder een lieve oma te zien. Wat een mooie herinnering. Gecondoleerd met dit verlies..

  2. Wat een prachtig verhaal, ontroerend. Iemand is pas dood, als er niet meer over hem of haar gesproken of geschreven wordt. Heel slecht van mij dat ik het verdrietige nieuws nu pas mee krijg, veel sterkte in ieder geval bro.

  3. Een herinnering voor altijd in je geheugen gegrift, ze zal altijd in je blijven leven.
    Zij is niet meer bij je, maar wel de woorden die ze je heeft meegegeven.
    Sterkte Sa’id

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.