Ik las twee boeken (en schreef er een)

Ik las twee boeken (en schreef er een)

Hoeveel ik lees hangt doorgaans af van hoeveel ik te doen heb. Heb ik weinig te doen, lees ik ook weinig. Dan lig ik zonder schuldgevoel op de bank en probeer ik Netflix uit te spelen. Tussendoor blader ik kranten door en benut ik m’n digitale abonnement op The New Yorker (zeggen dat je een abonnement op The New Yorker hebt, is als voortdurend ongevraagd zeggen dat je geen tv hebt. Of aan crossfit doet). Ongelezen boeken blijven ongelezen op de groeiende stapel liggen.

In drukke periodes neig ik naar uitstelgedrag en probeer ik nog steeds zoveel mogelijk te lummelen, maar wanneer ik dan boeken lees in plaats van series binge, heb ik in elk geval het gevoel dat ik op een verantwoorde manier niks doe. De afgelopen week had ik het ontiegelijk druk* en dus las ik twee boeken: Signifying Rappers van David Foster Wallace & Mark Costello en Wij slaven van Suriname van Anton de Kom. Twee boeken die ik al heel lang in de kast heb staan, maar nog niet eerder las.

Ik begon met Signifying Rappers. ‘Brilliantly written, intellectually wired, in-your-face energy’, staat op de voorkant te lezen. Op de achterflap:

A paean to the golden age of hip hop and the first book to consider seriously its position as a vital force in American culture, $IGNIFYING RAPPER$ is a must-read for fans both of Wallace and of hip hop.

Ik kan niet bepaald zeggen fan te zijn van David Foster Wallace, aangezien ik nooit eerder iets van hem las. Infinite Jest staat al heel lang op een verlanglijstje, maar het is er nog nooit van gekomen. Een fan van Hiphop ben ik wel (‘Eén woord, hoofdletter H’ – KRS One). Ik behoorde dus voor minimaal 50 procent tot de doelgroep en had er zin in. Ik googelde ‘paean‘ (lofzang) en begon. Het viel vrijwel direct tegen.

Het boek belooft – wederom op de achterflap – ‘de bipolariteiten(?) van rap en pop in kaart te brengen, rebellie en acceptatie, glitter en gangsterdom’. Daar heb ik denk ik allemaal overheen gelezen. Kan natuurlijk. Wat ik wel las, was het verhaal van twee preppy white boys die tegen alle verwachtingen in ontzettend van Hiphop blijken te houden en zich willen onderdompelen in wat volgens hen de cultuur is. Het gevolg is niet zozeer een mooi verhaal over de begindagen van de Hiphop (waar ik op gehoopt had), maar meer een soort antropologisch verslag van de rapper-in-zijn-natuurlijke-habitat (in dit geval Boston). Als je heel goed luistert hoor je zo nu en dan een voice-over van David Attenborough.

Het is mooi geschreven hoor, dat wel. Meestal, tenminste. Er is gewoon geen zak aan. Na ongeveer een derde gelezen te hebben, waarin ik al een paar keer gestruikeld was over personen die werden opgevoerd zonder dat ik precies wist waarom, merkte ik dat ik meer aan het scannen was dan echt aan het lezen. Scannen op namen van Hiphop-legendes om er dan steeds weer achter te komen dat het boek daar helemaal niet over gaat. Uiteindelijk is het ook niet zo gek. Signifying Rappers was nooit bedoeld als een boek, het is bovenal een schrijfoefening van twee jongemannen die tijd doodden voor ze aan een vervolgstudie aan Harvard begonnen. Als David Foster Wallace daarna niet alsnog een grote naam in de literatuur zou zijn geworden, waren deze pagina’s op een stoffige zolderkamer blijven liggen. Op ongeveer driekwart van het boek hield ik ermee op.

Op GoodReads gaf ik het twee sterren, maar dat gaf ik ook aan klassiekers als Il Decameron van Giovanni Boccaccio en In Cold Blood van Truman Capote. Het kan dus best aan mij liggen.

En dan dat tweede boek

schermafbeelding-2016-11-10-om-19-35-41Wij slaven van Suriname van Anton de Kom is een boek uit 1934. Zo lang ligt het nog niet in mijn boekenkast, maar het scheelt weinig. Toch las ik dit boek over de geschiedenis van mijn eigen voorouders niet eerder. Ik sloeg het wel eens open, liet m’n ogen dan over een paar passages vol gruwelijkheden glijden en legde het dan toch weer weg.

Een voorbeeld van zo’n passage is deze:

Claas Badouw, directeur van de plantage La Rencontre, beschuldigde zijn slaaf Pierro ten onrechte een poging gedaan te hebben hem te vergiftigen. Pierro werd in het kookhuis gebracht, waar men hem de tien vingers en de tien tenen afhakte met een scherpe beitel. Vervolgens dwong men hem deze op te eten. Badouw nam daarop zelf een mes en sneed een oor van de slaaf af, dat hij eveneens op moest eten. Toen sneed de blanke gentleman met een scheermes Pierro’s tong af en gelastte hem deze in te slikken. Stervende van de pijn stamelde Pierro met het stompje van zijn tong enkele klanken. Badouw geraakte hierdoor in een zodanige woede, dat hij met een nijptang ook het overige stuk van zijn tong uitrukte.

Een aantal jaar geleden studeerde ik aan de Pabo. In mijn eerste (en ook enige) jaar liep ik stage in een groep 7 en 8 en moest ik voor een studieopdracht een geschiedenisles verzorgen. Ik koos voor een les over slavernij in Suriname en het Caribisch gebied, omdat – gek genoeg – die periode slechts in een summiere paragraaf in een hoofdstuk over de Gouden Eeuw werd behandeld. Aan het eind van de les was de halve klas in tranen uitgebarsten. Dat was nou ook weer niet de bedoeling. En dan was ik nog niet eens zo eerlijk als Anton de Kom is in zijn boek. Mijn les was een stuk milder, een beetje zoals de verfilming van Hoe duur was de suiker.

Het boek riep me. ‘Nieuwsgierigheid is het plotselinge bewust zijn van een tekort aan kennis.’ Dat las ik ooit in Vrij Nederland, maar ik weet niet meer wie het opschreef. Ik had twee oma’s; de een geboren en getogen in Suriname, de ander in Indië. Ze zijn er allebei niet meer. Sinds hun overlijden ervaar ik een groeiend gemis aan kennis over (de geschiedenis van) zowel Suriname als Indonesië. Ik heb me er nooit écht mee bezig gehouden, alsof ik een genetisch aangeboren kennis bezat en me er daarom niet verder in hoefde te verdiepen. Of zo. Geen idee, ik lul maar wat, ik heb me er gewoon nooit erg in verdiept.

Wij slaven van Suriname vertelt over de onmenselijke manier waarop zowel slaven als indianen behandeld werden door de Nederlanders, maar dat is maar een deel van de boodschap van De Kom, zelf zoon van een ex-slaaf. Het is niet zozeer een boek over de slavernij, maar een werkelijke geschiedenis van Suriname. Een eerlijke, niet een die is ingekleurd door de witte bezetter. De Kom schreef het om Surinamers, die op school vooral de Nederlandse geschiedenis leerden, hun eigen geschiedenis terug te geven (Boni! Baron! Joli-Coeur!). Om een eigen identiteit te vormen.

Het boek verscheen trouwens toen De Kom net een jaar in Nederland was, nadat hij door de Hollanders Suriname uitgetrapt was omdat hij meer dan hen lief was voor de rechten van Surinamers opkwam. In Nederland maakte hij de crisisjaren en de Tweede Wereldoorlog mee, waarin hij zich verzette tegen het fascisme en voor de ondergrondse pers schreef. Hij werd door de Duitsers opgepakt en gedeporteerd en stierf in 1945 in een concentratiekamp.

Wij slaven van Suriname zou verplicht onderdeel van het curriculum moeten zijn. Dat die gitzwarte pagina’s van de geschiedenis niet of nauwelijks op scholen wordt onderwezen heb ik nooit begrepen. ‘We are here, because you were there.’ En hoe. Maar goed, een vast onderdeel van het leerplan zal het waarschijnlijk niet worden. Dat hoeft jou er niet van te weerhouden het boek zelf te kopen en te lezen natuurlijk. Doe dan! Doe dan! (ik ga je overhoren)

Oh ja

*Nog even over waarom ik het zo ontiegelijk druk had. Ik schreef namelijk zelf ook een boek. Een bundel geschiedenisverhalen. Het verschijnt in maart bij uitgeverij Kosmos en er is zelfs al een ISBN-nummer en alles. Heel erg echt allemaal. Maar ik moest het nog wel even afronden. Dat deed ik afgelopen week.

Reageren is niet mogelijk.