Hardlopen

Rustig aan beginnen, eerst even wandelen, een beetje opwarmen. De straat uit, bij het bruggetje begin ik. Bovenaan druk ik op play, muziek om het tempo te bepalen, ik zet er de pas in. Muziek schalt door de oordopjes terwijl ik richting het park ga. Eye Of The Tiger, de sfeer zit er lekker in. Dit gaat goed, dit gaat lekker. Een andere loper komt me tegemoet, we begroeten elkaar met een Hej! waaruit wederzijds respect blijkt. Wij zijn goed bezig.

Een paar honderd meter afgelegd, ik voel me goed. Sportief. Als ik straks thuis ben plak ik er nog wat push ups aan vast, misschien ook nog wat sit ups. Lang leve de lente, sporten is fijn. Ik heb wel een beetje dorst, misschien had ik dat vest niet aan moeten trekken, het is eigenlijk nog best warm buiten. Ik heb een andere koptelefoon nodig, die oordopjes springen om de zoveel passen uit m’n oren. Er joggen twee meisjes in tegengestelde richting, ze lachen naar me, ik glimlach cool.

Ik vraag me af hoeveel kilometer ik al heb afgelegd. Het voelt als vijf, maar ik gok op één. Geeft niet, gewoon doorgaan. M’n conditie is niet echt denderend voel ik. M’n longen branden, hoort dat? Doorlopen, nog een stukje. Bij die bocht, daar verderop, mag ik even een klein stukje wandelen. Die oordopjes beginnen aardig irritant te worden nu. En fuck wat is het warm. Als ik straks thuis ben neem ik een groot glas water Ik passeer een man met een veel te korte broek en een raar petje. Hij groet, ik knik terug.

Aangekomen bij de bocht hou ik in. Even rustig aan. Ik heb steken in m’n zij, hoe ver moet ik nog? Ik snij hier even een stukje af, ik hoef heus niet om het héle park heen te rennen. Ik heb dorst. En wat is het allejezus warm, ik stroop m’n mouwen maar even op. De oordopjes prop ik in m’n broekzak. Ik ga zo weer rennen, nog een klein stukje lopen.  Als ik straks thuis ben ga ik heel even zitten. De jogster van middelbare leeftijd die langs me rent gunt me geen blik waardig. Met haar stomme roze joggingpak.

Vooruit, rennen. Een beetje vaart erin. Ik ben al over de helft, ik kan dit. Die beginnende kramp in m’n kuiten, daar kan ik wel doorheen lopen. Kwestie van wilskracht. Volgende keer neem ik een bidon met water mee. Hoe lang zou ik al onderweg zijn. Te lang, denk ik. Maakt niet uit, dan heb ik wat om te verbeteren. Ik rits m’n vest open, ik smelt weg. Ik moet nu toch wel al een paar kilometer in de benen hebben. Dat moet, anders slaat het echt nergens meer op. Hardlopers zijn doodlopers, nu snap ik dat gezegde. Als ik straks thuis ben neem ik een lange douche. Zweet druppelt van m’n voorhoofd. Ik word ingehaald door een scootmobiel.

Ik heb het einde van het park bereikt. Ik zie in de verte m’n straat weer. Nog een klein stukje rennen, een heel klein stukje. Nee, bekijk het maar. Alles in m’n borstkas brandt, ik moet écht meer gaan bewegen. De laatste meters ga ik wandelen. Even uitlopen. Ondertussen stretch ik m’n armen, ik weet niet waarom. M’n shirt is drijfnat, ik ben moe. Als ik straks thuis ben en een douche heb genomen, ga ik lekker op de bank liggen. Met een koud blikje cola, dat heb ik wel verdiend. Lekker hoor dat hardlopen, morgen weer. Nu wil ik even liggen.

8 gedachten over “Hardlopen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.