Falend Valentijn

Haar naam was Cindy en het was in de tijd dat ik nog een voorkeur had voor blondines. Een smaak mede gevoed door Tatjana en Erika Eleniak die mij wulps toelachten vanaf mijn slaapkamermuur en mij het prille puberhoofd op hol deden slaan. Maar Cindy was ook leuk. Ze was een stuk ouder dan ik, zeker een jaar, en ongeveer twee koppen kleiner. Iets wat in die dagen nog best een hele opgave was.

Aan het plan Cindy de mijne te maken kleefden nog wel wat praktische problemen. Het voornaamste toch wel dat ik niet met haar durfde te praten. Ik had de basisschool al ruim een jaar achter me gelaten en daarmee ook enkele beproefde versiertrucs. Een meisje net zo lang treiteren tot ze zeker wist dat je haar leuk vond werkte simpelweg niet meer. Tot mijn nieuwe arsenaal behoorden zenuwachtig wegkijken, hevig ontkennen en compleet vermijden. Allen bleken bijzonder ineffectief.

Op Valentijnsdag besloot ik de stoute schoenen aan te trekken. Ik had een waterdicht plan. Ik zou Cindy een kaart sturen, anoniem uiteraard, zo hoort het, maar ze zou direct weten dat het van mij was, smelten en mij haar eeuwige liefde verklaren. Het was zo’n geniaal plan, dat kon niet mis gaan. En zo fietste ik diezelfde middag nog vol goede moed naar de stad. Ik had juist de perfecte kaart gevonden toen plots een groep meisjes uit mijn klas verscheen en pesterig begon te informeren naar mijn plannen. En dus deed ik wat elke man in mijn positie zou doen; ik greep nonchalant een vulpen van de dichtstbijzijnde plank en haastte me naar de kassa. Vervolgens stelde ik me verdekt op in de straat en wachtte tot ze weer verdwenen waren.

Helaas had mijn nieuwe pen een flinke deuk in mijn budget geslagen, waardoor ik nog net genoeg had voor een ansichtkaart. Maar nood breekt wetten en alles is geoorloofd in de liefde en dus begaf ik me opnieuw naar de toonbank, rekende het kleine kaartje af en bad tot elk denkbaar opperwezen dat de enorme kaart onder m’n jas onopgemerkt zou blijven. Eenmaal buiten zette ik het op een lopen, sprong op m’n fiets en maakte dat ik weg kwam. Ik was al bijna thuis toen ik even durfde te stoppen om m’n buit te bekijken. Ik greep onder m’n jas, maar tot mijn grote schrik was de kaart verdwenen.

Met lood in m’n schoenen begon ik terug te peddelen. De kaart moest ergens onderweg uit m’n jas zijn gegleden en terwijl het zachtjes begon te regenen hoopte ik dat ik deze nog kon vinden. Geld voor een nieuwe had ik niet en een tweede misdaad wilde ik niet op mijn geweten hebben. Zelfs de liefde heeft zo haar grenzen. Net toen ik besloot dan maar het kleine kaartje sturen vond ik de grote terug midden op het inmiddels kletsnatte fietspad. Er was iemand overheen gefietst, getuige het modderige spoor dat er nu op zat. Snel stopte ik de kaart in m’n tas en spoedde me huiswaarts.

Op m’n slaapkamer probeerde ik het bandenspoor van de kaart te wassen. Dat lukte maar half, maar ik besloot dat Cindy het in alle opwinding vast niet eens zou zien. Met m’n nieuwe pen in m’n linkerhand, om wat extra geheimzinnigheid aan m’n handschrift toe te voegen, schreef ik dat ik graag verkering met haar wilde. Daarna zette ik de verwarming op z’n hoogst en legde de kaart erop zodat deze nog even kon drogen voor ik ‘m ging bezorgen. Twee uur later was de kaart inderdaad droog, maar ook volledig verkreukeld en dat wat ik had geschreven was een vlekkerige bende geworden. Ook het bandenspoor was als door een wonder weer terug. Maar het Be my Valentine dat er al in stond was nog duidelijk leesbaar en dat moest voldoende zijn.

Eenmaal bij Cindy’s huis aangekomen verstopte ik me eerst een tijdje achter een auto tot ik zeker wist dat er niemand was die me kon zien. Ik sloop naar de voordeur en opende zo zacht mogelijk de brievenbus om onhoorbaar de kaart naar binnen te schuiven. Deze bleek te groot en dus zat er niks anders op dan de kaart eerst dubbel te vouwen. Daarna kroop ik weer achter de auto om te zien of het opgemerkt zou worden. Ik keek naar de brievenbus waar nog half de dubbelgevouwen, verfrommelde, vlekkerige en bemodderde kaart uitstak. Op dat moment besloot ik dat het allemaal toch niet zo’n goed idee was en haastte me terug naar de voordeur om de kaart weer terug te pakken. Deze zat echter klem en ik hoorde ‘m scheuren toen ik eraan trok.

Net op het moment dat ik m’n hele hand in de brievenbus had gestoken om de kaart los te krijgen zwaaide de voordeur open en kwam ik half op de deurmat terecht. Boven me stond Cindy’s moeder meewarig haar hoofd te schudden en riep vervolgens naar Cindy dat er iemand voor haar aan de deur was. Ze kwam de gang inlopen, keek me vragend aan en trok vervolgens het vodje uit de brievenbus. ‘Bedankt’, stamelde ze. Ik krabbelde overeind en keek verlegen weg terwijl ik ontkende dat het van mij was. Bij gebrek aan een beter idee zette ik het vervolgens voor de tweede keer die dag op een lopen. Cindy compleet vermijden bleek daarna een koud kunstje.

4 gedachten over “Falend Valentijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.