En ik weet dat hij het wel gezien heeft

Soms schrijf ik een stukje dat uiteindelijk groter wordt dan de bedoeling was. De stukjes die ik hier schrijf zijn veelal slechts observaties, overpeinzingen, mijmeringen. Zo veel lezers heb ik hier niet, dus who gives a fuck, right?
Maar neem een van die stukjes op dit bescheiden blog, een column zoals deze, en plaats ‘m door op een opiniesite als Joop, en een kleine observatie verandert in een aanklacht tegen discriminatie, in dit geval tegen een supermarkt. Dat is volledig mijn eigen schuld en bij nader inzien niet helemaal handig.

Niet dat er niks gebeurde, maar het was slechts een beschrijving van een moment. Twee losstaande incidenten in nog geen uur tijd die niks, maar tegelijkertijd alles met elkaar te maken hebben. Voor een werkelijke aanklacht tegen wat hier gebeurde, had ik vollediger moeten zijn. Dan had ik de buschauffeurs moeten noemen die weigeren de voordeur open te maken wanneer je daar staat of in de avond gewoon doorrijden als je de enige bent bij de halte. De beveiligers die je de hele winkel door achtervolgen, de uitsmijters die je de kroeg of club niet binnenlaten omdat het toevallig net die avond alleen voor vaste klanten is en jij – heel gek – geen pasje hebt. Over de mensen die wanneer jij in de trein of lift stapt plots hun tas steviger vasthouden of voelen of hun portemonnee er nog zit, de moeder op het schoolplein die voor ze besluit of haar zoontje met die van jou mag spelen vraagt of er thuis wel gewoon Nederlands wordt gesproken.

Het is het aanschuiven bij een sollicitatiegesprek en ongemakkelijk te horen krijgen dat ze iemand anders hadden verwacht, dat je naam niet bij je uiterlijk past. Het is in een lange lange rij staan bij de security op Schiphol en in die lange lange rij de enige zijn die ten overstaan van iedereen schoenen, riem en de helft van je kleren moet uittrekken. Het is tegen een wand geduwd worden en zo grondig gefouilleerd worden dat je er achteraf op twitter over schrijft dat je overwoog ‘m mee uit eten te nemen. Lachen.

Over elk van die gebeurtenissen had ik een soortgelijk stukje kunnen tikken als ik van de week deed. Op zichzelf allemaal kleine gebeurtenissen. Het gebeurt iedereen wel eens. Maar wanneer het een leven lang gebeurt, steeds maar weer, dan heeft dat gevolgen. Gevolgen voor de manier waarop je je op straat beweegt, waarop je mensen benadert. Het knakt je niet, het weegt niet zwaar op je schouders, het is niet iets waar je de hele dag onder gebukt gaat. Wel mijd je uitgaansgelegenheden, loop je nog net niet met je handen in de lucht door winkels en sta je soms iets doms af te rekenen omdat je niet vond wat je zocht maar je je de blikken wil besparen wanneer je zonder iets te betalen de deur weer uitloopt. Je blijft in de trein op het balkon staan terwijl er nog wel zitplekken zijn omdat je niet degene wil zijn die voor ongemak bij een ander zorgt. Dingen die je eigenlijk niet zou moeten doen, want fuck ‘em, maar die je toch doet. Het maakt je wantrouwend, niet wetend of je beoordeeld wordt op wie je bent, of op wie je lijkt. Op wie zij veronderstellen dat je bent.

En dat je dan elke keer weer hoopt dat hij het niet ziet, terwijl je donders goed weet dat hij op dezelfde manier bekeken wordt.