Eén keer

Ik zal een jaar of vier, misschien net vijf, zijn geweest toen ik mij voor het eerst bewust werd van zijn portret aan de muur. Hij leek op mij, maar dan net even anders. Mijn moeder kwam naast me staan en samen stonden we zo een poosje in stilte naar hem te kijken. Ze zakte door haar knieën zodat haar gezicht op gelijke hoogte kwam met het mijne en sloeg een arm om me heen. Zachtjes zei ze: “Dat is je broertje”.

Eigenlijk had ze “was” moeten zeggen, want op dat moment waren we al een tijdje niet echt familie meer.

Mijn moeder vertelde mij dat hij van voetballen hield. En van lezen en muziek luisteren. Net als ik, misschien zijn interesses wel genetisch bepaald. Misschien dat ik wel onbewust zijn interesses heb overgenomen. Misschien is het toeval. Ze vertelde me ook dat hij erg veel van mij had gehouden. En hoewel ik mij hem niet kan herinneren, weet ik zeker dat ik ook erg veel van hem gehouden heb.
Hij zal een jaar of zeven, misschien net acht, zijn geweest toen die foto werd gemaakt en als ik in zijn ogen kijk zie ik pure onschuld. Geluk ook. Zich totaal onbewust van het feit dat dit zijn allerlaatste foto zou worden.

Ik stel het me ongeveer zo voor:
Een zonnige namiddag ergens begin september. H. besluit om die bewuste vrijdag wat eerder van kantoor te gaan om in de stad nog even wat te drinken met de jongens. De sfeer is opgewekt, immers, het is weekend. Vol trots vertelt H. over de nieuwe auto die hij sinds enkele dagen zijn eigendom mag noemen. Ondertussen wordt er nog een rondje besteld. Eén rondje wordt al gauw enkele rondjes, en voor hij er erg in heeft kijkt H. nogal glazig uit zijn ogen. Omdat hij heeft beloofd op tijd thuis te zijn zegt hij zijn maten gedag en loopt, waggelt ietwat, richting parkeerplaats. Een beetje man is zelfs met een glaasje op een heer in het verkeer is wat hij gedacht moet hebben.

Het zit niet mee, de weg naar huis is drukker dan het de afgelopen weken is geweest. Het zal ermee te maken hebben dat de zomervakantie nu echt is afgelopen. H. kijkt op zijn horloge en ziet dat het krap wordt, gelukkig is hij bijna bij de afslag. Vanaf dat punt is er nauwelijks nog verkeer, een mooi punt om even wat verloren tijd in te halen. Hij zet de radio wat harder en gaat iets verder onderuit hangen. De wijk in, bij de flat rechtsaf, eerst een bocht links, vervolgens een bocht rechts. Aan het einde van de straat het bruggetje. Erachter, aan de overkant, zijn straat. Toch nog redelijk op tijd. Hij besluit het laatste stukje even lekker het pedaal in te trappen. De buurt mag immers best horen dat hij weer thuis is.

Even verderop zijn een paar kinderen buiten aan het spelen. Normaal gesproken zouden ze om deze tijd al binnen zijn, maar het is nog zulk lekker weer. Daarnaast is het vrijdag en na het weekend begint de school weer. Hoewel steeds meer mensen in de wijk een auto hebben, is op dit tijdstip de volledige straat tot speelterrein van de buurtkinderen omgedoopt. Aan beide uiteinden dienen twee stapels takjes en een enkele trui als doel, daar tussenin wordt fanatiek gevoetbald. De keeper aan de brugzijde van de straat heeft de ondankbare taak te zorgen dat de bal niet in de sloot verdwijnt. Vandaag is deze twijfelachtige eer aan mijn broertje.

Terwijl Cruijff verwoedde duels aangaat met De Kromme op het middenveld, staat broerlief wat verveeld voor zich uit te kijken. In gedachten verzonken besteedt hij geen aandacht aan het geluid van de ronkende motor dat steeds dichterbij komt.
Hij heeft het waarschijnlijk pas aan zien komen toen het al te laat was. Mijn moeder, die de klap door het openstaande keukenraam hoorde, snelde naar buiten. Ik kan alleen maar gissen naar het gevoel wat op dat moment door haar heen ging. Daar, aan het einde van de straat, haar oudste zoon. De klap had hem een paar meter de straat in geslingerd. Er lag zoveel bloed, dat op dat moment niet duidelijk was waar hij precies was geraakt. Volgens het sectierapport was hij op slag dood en voor hem hoop ik dat dit ook inderdaad het geval is geweest. Dat het zo snel is gegaan, dat hij pijnloos zijn laatste adem heeft uitgeblazen.

Veel mensen in mijn omgeving hebben een oudere broer, een beste vriend, iemand die hen heeft geleerd hoe de wereld echt in elkaar steekt. Die kans hebben wij nooit gehad. Ik heb een zus, maar dat is toch niet echt hetzelfde. Meisjes kunnen niet voetballen, mijn zus in ieder geval niet. Dat neemt niet weg dat wij het ook erg leuk kunnen hebben samen. En om heel eerlijk te zijn, ik denk niet dagelijks aan mijn broer. En wanneer ik wel aan hem denk zijn dit meestal vluchtige gedachten, nauwelijks de moeite.
Maar zo nu en dan, als ik alleen ben, fantaseer ik wel eens dat hij bij me is. Voor één keer doen we de dingen die broers samen doen.
Eén keer samen naar de film. Eén keer samen een balletje trappen. Eén keer samen naar de kroeg. Eén keer samen…

6 gedachten over “Eén keer

  1. Ik kwam alleen maar even het gedicht lezen, maar eenmaal toch hier beland, lezen wat je verder schrijft. Je weet het al, ik zat er direct helemaal in. Niet alleen het verhaal opzich, maar je hele manier van schrijven. Jongen, hier moet je echt mee verder gaan.
    Wat zei je ook al weer tegen mij, je moet gewoon beginnen. Dat heb jij al gedaan, jij moet het gewoon even afmaken.

    MashAllah, zo mooi.

  2. Inderdaad erg mooi. Vroeg me af of het autobiografisch is toen ik 't las. Na het lezen van de reactie van 'Anoniempje' ;-), weet ik dat nu.Vorige reactie verwijderd wegens echt te veel typo's.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *