Een jaar voorbij

Een jaar voorbij

Precies een jaar geleden maak je me ’s nachts wakker. Je hebt buikpijn. Ik maak me niet al te veel zorgen, het komt wel vaker voor dat je ’s nachts een pijntje hebt wanneer je wakker wordt. Ik leg je dan naast me in bed en meestal slaap je direct verder. Nu duurt het iets langer, maar na een klein glaasje water val je alsnog in slaap. De volgende ochtend geef je aan nog steeds een beetje buikpijn te hebben. Ik heb een belangrijke afspraak op m’n werk die ik niet kan afzeggen, dus ik zeg dat je niet thuis kunt blijven. Mokkend maak je je op voor school.
Tussen de middag krijg ik een telefoontje van de school. Je hebt tijdens het overblijven zo’n buikpijn dat je niet wilt eten. Ik zit midden in een gesprek met een client en geef aan dat ik zo snel mogelijk probeer te komen. Als ik drie kwartier later bij je ben zit je alweer in de klas. Je hangt over je tafeltje heen en ziet bleekjes. Ik til je op als we naar de auto lopen en je begraaft slapjes je gezicht in m’n hals. Je ogen zijn nat terwijl je bijna nooit huilt.

’s Avonds eet je niet veel en je blijft een beetje hangerig. Misschien heb je de laatste dagen te weinig geslapen, in het weekend was het ook elke dag erg laat geworden. Vanavond maar even iets eerder naar bed. Zonder te protesteren kruip je een uur eerder dan normaal onder de dekens. ’s Nachts maak je me weer wakker omdat je zegt buikpijn te hebben, maar als ik je naast me neerleg ben je direct weer in slaap. Bij het ontbijt ben je monter. Je zegt nog wel buikpijn te hebben, krampjes noem je ze, maar dat je gewoon naar school gaat. ‘Want papa moet werken, hè?’. Ja, papa moet werken. Ik zie aan je koppie dat je je groot houdt, ik voel me schuldig als ik je op school heb afgezet en naar kantoor vertrek.

Ik heb m’n eerste kop koffie nog niet op als m’n telefoon gaat. Ik zie de naam van je school in het display en weet direct hoe laat het is. Je hebt gespuugd, midden in de klas. Ik vraag niet eens of ik weg kan, ik kondig het aan. Je bent lijkbleek en je hangt scheef in een stoel. Weer draag ik je naar de auto, je zegt dat het pijn doet om te lopen. Thuis bel ik direct de huisarts. Omdat je constant naar de rechterkant van je buik grijpt vrees ik voor je blinde darm. We mogen even tussendoor, de huisartsenpost is tegenover het huis en tien minuten later lig je op de onderzoekstafel. De arts vraagt je waar het pijn doet en drukt op verschillende plekken op je buik en legt een stethoscoop op je rug. Of het de blinde darm is, vraag ik. ‘Nee’, zegt de huisarts en drukt nogmaals op de zere plek. ‘Als ik hier druk bij een blinde darm, dan doet het pijn bij het loslaten, bij hem doet het pijn als ik erop druk.’ Hou dan op met drukken, denk ik. Enigszins gerustgesteld gaan we weer naar huis met de diagnose buikgriep.

De volgende ochtend zitten we als allereerste bezoekers van het inloopspreekuur weer bij de huisarts. Je hebt de vorige dag maar een paar happen gegeten en een beetje gedronken. Alles wat je innam, spuugde je direct weer uit. ’s Nachts werd je meerdere keren wakker met pijn. Schijnbaar op de automatische piloot verricht de arts wat handelingen. Nog steeds buikgriep, zegt hij vol overtuiging. Even niet eten is niet erg, wordt ons verzekerd, zo lang je maar veel blijft drinken. Drinken doe je wel, maar binnenhouden allerminst. Die nacht doen we geen oog dicht, jij hangt boven een emmer terwijl er niets meer uit je arme lijfje komt en ik zit naast je terwijl ik je koel probeer te houden. Je bent gloeiend heet. Als ik je om acht uur ’s ochtends opnieuw de huisartsenpost binnen draag, lopen kan je niet, zeg ik meteen een dokter te willen zien. De onze is er niet, dus een andere wil ons direct te woord staan. Bij de eerste blik constateert hij dat het om je blinde darm gaat en dat deze op zijn minst ernstig ontstoken is. Terwijl hij de chirurg belt gaan wij vast naar het ziekenhuis.

Bij de eerste foto’s is wel duidelijk waar de pijn vandaan komt, het is inderdaad je blinde darm. Hoe ernstig het is kunnen ze niet zeggen, ze krijgen de blinde darm niet goed op de foto. Ze nemen bloed af en we moeten wachten op de uitslagen. Omdat je de volgende dag pas geopereerd kan worden mogen we kiezen, in het ziekenhuis slapen of thuis wachten en de volgende ochtend vroeg terugkomen. Ik laat de keuze aan jou, maar ben blij dat je graag thuis wilt slapen. Wel vertellen ze ons dat je naam op een lijst wordt gezet, mocht je ’s nachts toch last krijgen, dan kan je gelijk terecht.
Je slaapt in mijn bed en om half 12 kruip ik die avond naast je. Een half uur later heb je geschreeuwd zoals ik je dat nog nooit heb horen doen en ren ik met jou in m’n armen naar de auto. Het ritje van vijf minuten naar het ziekenhuis lijkt een uur te duren, bij elke drempel gil je het uit. Je bent inderdaad bekend bij de receptie en een paar minuten later komt er een verpleegkundige, hij zal zich later voorstellen als broeder Miro, met een bed aanrijden. Volgestopt met pijnstillers kijk ik hoe je in slaap valt. Je verzuipt in dat grote bed. Morgen is de operatie, een formaliteitje, morgenmiddag ben je er vanaf.

Ik mag met je mee naar de operatiekamer. Ik word in een blauw pak gehesen en krijg een mutsje op, hoewel mijn haar aan de onderkant van m’n gezicht zit. Je vindt me er grappig uitzien. Ik ben blij dat ik je weer even zie lachen, dat heb ik gemist de afgelopen dagen. Op de operatietafel ben je ontzettend nieuwsgierig en ze moeten je precies uitleggen waar alles voor dient. Je probeert op alle knoppen te drukken, zo ken ik je weer. Ik hou je hand vast terwijl de narcose wordt toegediend en zie hoe je in slechts enkele seconden in een diepe slaap terecht komt. Een kleine drie kwartier, zo lang gaat het duren. Ik mag op de kamer wachten waar we vannacht zijn gebleven. Ik maak me geen zorgen, je bent in goede handen. Ik had een dag eerder je tas al ingepakt en een boek voor mezelf meegenomen. Precies drie kwartier later leg ik het boek weg en wacht ik tot ik word opgehaald om weer naar je toe te gaan. Er komt niemand. Ook niet na anderhalf uur en ook niet na twee uur. Niemand kan me iets vertellen zolang je nog niet terug bent en ik kan m’n zenuwen maar nauwelijks de baas blijven. Pas na drieëneenhalf uur komt het bericht dat de operatie is geslaagd.

Je blinde darm was inderdaad ontstoken, maar dat was het geval toen we de eerste keer bij de huisarts kwamen. De reden dat je blinde darm niet goed zichtbaar was op de foto’s, was dat je er simpelweg geen een meer had. Hij was compleet uit elkaar geknald en de geïnfecteerde inhoud was door je hele buikwand verspreid en had overal infecties veroorzaakt. Van abcessen op zowel de dunne als dikke darm, tot aan ontstoken lymfeklieren en zelfs een buikvliesontsteking. Van dit laatste werd ik pas na een week op de hoogte gesteld, inclusief de mededeling hoe kantjeboord het allemaal was. Natuurlijk had ik wel direct te horen gekregen dat er sprake was van peritonitis, maar van de schrik van de hoeveelheid negatieve informatie vergat ik uit te zoeken wat dat inhield.

De eerste week bleek men voor je te hebben gevreesd. De ontstekingswaarden in je bloed namen niet af en je bleef onverminderd veel pijn hebben. Omdat je een kamer voor jezelf alleen had, hoefde ik niet van je zijde te wijken. Op een bedje vlak naast het jouwe werkte ik liters ziekenhuiskoffie weg en dankzij de gratis wifi onderhield ik contact met de buitenwereld en waren er mensen die mij door de tijden heen hielpen waarop jij sliep en ik slechts hulpeloos toe kon kijken. Ik ben slechts een paar keer het ziekenhuis uit geweest. Even naar huis, kleren halen, onder een douche staan waar wél een behoorlijke straal uit kwam.  De rest van de tijd bleef ik bij jou.

Het deed pijn naar je te kijken, zo klein, zo hulpeloos. Omdat je niet kon eten, het duurde in totaal bijna twee weken voordat de peristaltiek van je darmen op gang kwam, was je een derde van je gewicht verloren. Je zou niet hebben misstaan in een spotje voor Giro 555. Vanwege de pijn had je vrolijke koppie plaatsgemaakt voor een permanent droevig gezicht. Omdat je aan de rechterkant volhing met een infuus en een hartmonitor en aan de linkerkant met de nodige apparatuur om je maag leeg te pompen, kon ik je niet eens vasthouden zonder een slang uit je lijf te rukken. Naast de paracetamol kreeg je om de zoveel uur een shot morfine toegediend. Dit leverde dan wel weer wat grappige momenten op omdat je daardoor in een delirium terecht kwam waarin je de meest hilarische opmerkingen maakte of soms een half uur verwonderd naar je bewegende vingers lag te staren.

Ongemerkt ging ons jubileum voorbij. Allebei hebben we niet gedacht aan onze afspraak elk jaar een feestje te vieren op de dag dat je bij mij kwam wonen. Het feest kwam een week later. Het feest dat je maag en darmen na twee lange, lange weken eindelijk van hun luie reet af kwamen en weer eens wat begonnen te doen. Zo snel als je ziek geworden was, zo snel knapte je nu weer op. De chirurg gaf toe er maar weinig van te begrijpen, maar dat interesseerde me geen bal. Je lachte weer, de pijn was nog maar een schijntje vergeleken met slechts een paar dagen daarvoor en je begon voorzichtig weer te eten. De pepernoten liet je nog even links liggen, hoewel het er wel de tijd voor was, maar ik heb nog nooit iemand zo van een bakje vla zien genieten. En dan het bevrijdende woord: je mag naar huis. Eindelijk. Het heeft twee weken geduurd, maar het leek een half jaar. Ik til je opnieuw door de gangen van het ziekenhuis heen, na twee weken liggen kunnen je vermagerde beentjes weinig hebben, maar dit keer richting de uitgang. Naar buiten. Naar huis.

Elke dag ben ik dankbaar dat ik je kreeg, elke dag ben ik dankbaar dat je bij mij kwam en sinds een jaar ben ik elke dag dankbaar dat ik je nog heb. Het ergste dat ik ooit heb mee moeten maken, was om jou daar in dat bed te zien. Een ziek kind gun je je ergste vijand niet. Maar je hebt het overwonnen en je bent sterker dan ooit. Het gaat goed met je, je blaakt van gezondheid en op school kan het nauwelijks beter gaan. De wereld ligt aan je voeten, je dromen liggen klaar om na te jagen.
Morgen hebben we opnieuw een jubileum, ons derde. Morgen vieren we feest, samen. We eten wat jij eten wilt en we snoepen van taartjes die jij hebt uitgezocht tot we groen zien. Morgen halen we in wat we vorig jaar zijn vergeten. Morgen is de eerste dag van ons nieuwe jaar, het vierde samen en een van velen die nog komen gaan. Gelukkig nieuw jaar, lieve M, papa houdt van jou.

36 gedachten over “Een jaar voorbij

  1. Zo zielig dit maar zo mooi geschreven. M’n moeder en ik hebben het allebei niet droog gehouden.

    Maar wat een ontzettende lul van een huisarts zeg, daar kan ik echt niet bij!

  2. Via twitter hier gekomen, en wat een feest der herkenning! Weliswaar andere omstandigheden, maar ook ik heb regelmatig naast een ziekenhuisbedje gezeten met de vraag hoe dit ging aflopen.
    Ik bewonder de manier waarop jij je gevoelens en gedachten op papier weet over te brengen. Bijzonder!! Mag ik je volgen? (Nee, niet stalken ;-) )

  3. Jij hebt een zoon, ik twee dochters, we zijn beide vaders. Dat gebied in mijn hart waar de vaderliefde zit kromp, gloeide en groeide afwisselend terwijl ik je verhaal las. Je raakte me. Dankjewel.

  4. Met tranen in mijn ogen en mijnb hart heb ik dit gelezen en bewonderd. Als moeder voel ik de pijn van wat er door je heen is gegaan. M is een vechtertje en Jij een kanjer van een vader en dat heeft M van je gemaakt. Ik wens jullie heel veel mooie liefdevolle jaren toe.

  5. wat oprecht en ontroerend, jullie liefde. Heel veel succes met je opleiding en je hebt groot gelijk dat je dat afleidende twitter hebt weggedaan- komt misschien wel weer als je voor de klas staat.

  6. Wat heb je deze moeilijke periode mooi kunnen verwoorden.
    Ontroerd, geraakt door je verhaal, verdriet en afgesloten met een glimlach. :)
    Ik hoop Insya’ Allah dat het komende jaar en jaren jullie heel veel geluk, blijdschap en gezondheid gaat brengen.

    Allah maha besar.

  7. Ohh heel mooi opgeschreven, heb tranen in mijn ogen, wat heftig voor zo’n kleine man om dat te doorstaan.
    lhamdoulillah is alles goed gekomen en kan je er over schrijven met een happy end.

  8. Hey Sa’id!

    Wat een goed stuk bro! Ik kan me je tweets hierover nog goed herinneren.

    Langs deze weg wens ik jou en mini-me het allerbeste voor 2012 and beyond.

    Peace out!

    Marc Tjon

  9. Mash’Allah, Saïd. Ik heb werkelijk een aantal brokken in mijn keel. “Een jaar voorbij” En dan te beseffen dat het nu ook nieuwjaar is (1433 A.H.) maakt het lezen van deze ervaring extra bijzonder… Ik wens je een fijn jubileum met M en… vrede en alle goeds!

  10. Mijn hemel, wat een ellende voor zo’n hulpeloos wurmpje. En wat een ellende voor een vader die erbij staat, maar niets kan doen om de pijn weg te nemen.

    Maar wat een geluk dat alles goed is afgelopen en jullie kunnen vieren!

    Tranen in mijn ogen? Nee hoor! Ze biggelen in grote getalen over mijn wangen en zijn bijna niet te stoppen.

  11. Ik kan me deze periode nog goed herinneren door je twitterberichten van toen. Die angst, de spanning, de pijn en vooral jouw toegewijde passie als vader. Wat is ouderschap toch mooi en wat kan jij het toch mooi verwoorden. Niet zomaar ‘iets met woorden’, het is ‘héél veel met woorden’..

  12. Prachtig.. Prachtig verwoord, de hartverwarmende liefde voor je kind komt via elk woord binnen..
    Ben er echt stil van, tranen in mijn ogen. Geef mijn eigen kinderen gauw weer een knuffel, dank daarvoor!

    Wens jullie samen nog heel veel genieten toe, maar dat komt wel goed zo te lezen :-).

  13. Wat een angstige weken zullen dat zijn geweest. Door je schrijfstijl is het nog meer invoelbaar geworden. Aangrijpend.
    Fijn dat jullie morgen saampjes de ‘schade’ kunnen inhalen. Het is jullie gegund!

  14. Hai Passie,

    Heel mooi verwoord en ben blij dat alles goed is gekomen met M.

    Ik wens jullie nog heeeeeeeeeeeeeeeeel veel gelukkige,gezegende en vooral liefdevolle jaren saampjes.

    Have fun morgen enne niet misselijk worden van de taartjes he hihi xoxo

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *