De storm

‘Ga maar,’ zei ik, ‘aan mij heb je niets.’
Ik sprak de woorden uit en probeerde zowel haar als mijzelf te overtuigen en zij deed haar best het te begrijpen, voor ons beiden.
Haar hand reikte naar de mijne en ik keek ernaar. Aarzelend stak ik mijn hand uit en trok deze weer terug en met uitgestoken arm bleef ze me aankijken.
Ik keek naar buiten, weg van haar en in het raam waarachter de storm hevig woedde weerkaatste haar reflectie. Kalm zag ik haar staan, midden in de storm en haar mond bewoog en voorzichtige woorden rolden over haar lippen.
Ik drukte mijn gezicht verder tegen het koude raam en voelde hoe de regen aan de andere kant van het glas kapot sloeg en zij legde haar hand op mijn schouder.
‘Je kunt beter gaan,’ zei ik nogmaals en ze bleef en ik hield van haar.

3 gedachten over “De storm

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *