Archief van
Maand: juni 2010

Eén keer

Eén keer

Ik zal een jaar of vier, misschien net vijf, zijn geweest toen ik mij voor het eerst bewust werd van zijn portret aan de muur. Hij leek op mij, maar dan net even anders. Mijn moeder kwam naast me staan en samen stonden we zo een poosje in stilte naar hem te kijken. Ze zakte door haar knieën zodat haar gezicht op gelijke hoogte kwam met het mijne en sloeg een arm om me heen. Zachtjes zei ze: “Dat is je broertje”.

Eigenlijk had ze “was” moeten zeggen, want op dat moment waren we al een tijdje niet echt familie meer.

Lees Meer Lees Meer

Zinvol geweld

Zinvol geweld

Waarschijnlijk is het een mannetje. Ik heb ooit ergens gelezen – of gezien op Discovery, daar wil ik van af zijn – dat alleen de vrouwtjes lastig zijn. Ik heb dus niets te vrezen. Rustig sluiten mijn ogen weer. Een half uur later ben ik de mening toebedeeld dat het een vrouwtje is. De gore slet. Nog op m’n enkel ook. Daar ga ik dus de hele dag net niet bij kunnen he.

Vrouwtjes hebben ons bloed nodig om hun eitjes te laten rijpen. Zonder ons zullen ze het niet redden. Geloof me, mét mij ook niet. Tijd voor een rigoreuze abortus.
Deur en ramen dicht, alle vluchtroutes hermetisch afgesloten. Weapon of choice, een oude Sp!ts. Acrobatisch klauter ik de vensterbank op om te zien of er zich misschien zo’n klein terroristje schuilhoudt in het grensgebied tussen muur en plafond.
Even later spot ik haar. Vlak bij de deur. Ze oogt onbewust van hetgeen komen gaat. Haar zwarte lijf steekt scherp af tegen de witte muur. “Kut”, denk ik, “dit gaat vlekken opleveren”. Om half drie ’s nachts sta ik hier niet al te lang bij stil.
Geruisloos sluip ik dichterbij, langzaam hef ik mijn arm met daarin het wapen. Ik zorg ervoor dat ik aan de goede kant van de lamp sta zodat mijn schaduw mij niet verraden zal. Dan haal ik uit.
Een enkele klap blijkt voldoende. Het tere vrouwtje blijkt niet bestand tegen zoveel geweld. Ik vraag me af of ze het aan heeft zien komen. Ik denk van wel. Ik hoop van wel.
Terwijl ik nageniet van de aanblik van haar dode lijf op mijn wapen, besef ik dat ze inderdaad een vlek heeft achtergelaten. Bloed. Mijn bloed. Hoe dat er weer vanaf gaat zien we morgen wel. Laat het voor vannacht een waarschuwing zijn: don’t fuck with me.
Zelfvoldaan kruip ik mijn bed weer in. Deze wereld was gewoon niet groot genoeg voor ons beiden.

Een goeie tandenborstel

Een goeie tandenborstel

“Soms moet je nu eenmaal dingen doen die je niet leuk vind”. Dit veel gehoorde zinnetje, of in ieder geval veel gehoord door mij, schiet door mijn hoofd terwijl ik door een fabriekshal loop. Ik moet heel vaak dingen doen die ik niet leuk vind.

Wat ze hier doen weet ik niet precies. Iets met staal. En zand. Tijdens de uitleg die voorafging aan deze rondleiding was ik gebiologeerd door het assortiment koekjes op tafel. Ik vergat te luisteren. We staan in een groepje te kijken naar een bak zand waaruit vlammen komen, ik vraag me af of ik de enige ben die niet weet waarom. Naast de bak staat iemand een sigaret te roken. “Hier mag je nog wel gewoon roken” merkt een collega op, “ik zou hier bijna willen werken, maar ja, die schoenen”.
Voor ons staat Roel enthousiast uit te leggen wat er om ons heen gebeurt. Tenminste, dat denk ik, want door de herrie versta ik er helemaal niets van. Ik loop gewoon achter de groep aan. Wat ik wel versta is dat je absoluut niets mag aanraken en met een blik op de zwarte handen van de mannen die hier aan het werk zijn besluit ik dat dit geen enkel probleem is.

Lees Meer Lees Meer

Een goede buur

Een goede buur

Het is negen uur ’s avonds als opeens het geluid van mijn deurbel door het huis heen dreunt. Een deurbel kan ik het eigenlijk niet noemen. Het is meer een opgevoerde zoemer, ik moet even onthouden om tijdens mijn volgende migraine-dag de stekker van dat ding eruit te trekken. Ik geloof niet dat ik het zou overleven.

Een halve minuut lang blijf ik onbeweeglijk op de bank zitten, met mezelf in overleg over het wel of niet opendoen. Ik ben een beetje het type van “je belt maar even voor je langskomt”, en dan heb ik het niet over dat knopje naast de voordeur. Toch sta ik op en schuifel naar de deur. In het donker zie ik een man staan die me wel bekend voorkomt, maar die ik niet meteen kan plaatsen.

Lees Meer Lees Meer

Meisjes poepen niet

Meisjes poepen niet

(Dit artikel werd eerder gepubliceerd in 60 Minute Magazine)

“Ik trek het slecht”

“Zeg dat wel, probeer je linkerhand eens”
“Dat bedoel ik niet, lul”
“oh…”
Hoewel de sfeer enigszins verpest lijkt waag ik nog een poging:
“Zal ik jou anders effe…”
Kwaad staat ze op en beent de badkamer in.
“Wat ben je ook een ongelooflijk ongevoelige eikel”
“Au” denk ik “dat doet pijn”

Lees Meer Lees Meer