1988: Altijd eentje meer

In 1988 was ik tien jaar oud en wist niet veel van voetbal. Behalve dat het leuk was om te doen. De gedachte aan voetballen in competitieverband is nooit in me opgekomen, noch had mijn moeder de wens mij elke zaterdagochtend langs de lijn naar een profcarrière te schreeuwen. Dit ondanks het mogelijk aanwezige gunstige genenpakket. Ik zat op judo omdat mijn oudere zus het deed en later nog op atletiek omdat ik best wel hard kon rennen. Maar op straat voetbalde ik. Meestal met de halve straat, maar vaak ook met alleen Hans die tegenover ons woonde. Wij waren elkaars beste vriend sinds we vier jaar oud waren. Ik stond achter het keukenraam van ons nieuwe huis en hij stond aan de andere kant van het glas en stak zijn middelvinger op. We zouden daarna nog vaak samen voetballen. In 1988 voetbalden we ook. Ik was dan Gerald Vanenburg, want dat was familie. Hans was Maradona, want hij was ook Argentijns en vond dat ik maar moest geloven dat ook zij familie van elkaar waren. Dat deed ik niet. We zeiden net zo lang welles en nietes tot er iemand ‘en altijd eentje meer!’ aan toevoegde. Dan gingen we vechten. Midden op straat, want zoveel auto’s reden daar niet. Als we moe waren van het vechten gingen we weer voetballen. Of voetbalplaatjes ruilen, van Panini. Het album van 1988 heb ik nog altijd compleet in de kast liggen. 1988, het enige jaar dat we als voetbalnatie een grote prijs pakten. Maar ik iets meer dan Hans, want ik was familie van Gerald Vanenburg en dat telt altijd eentje meer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.